De Historische Kring vertelt … 2019

Klik op een van de onderstaande titels om direct naar het onderwerp te gaan.

Ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de Historische Kring Eemnes in 2019 schreef bestuurslid Henk van Hees een toepasselijk gedicht. Klik hier om het gedicht te zien.

Intocht Burgemeester Kolfschoten,
17 augustus 1948

Jonge Boerenbond te paard

In de afgelopen maand kregen we een paar foto’s geschonken tussen een aantal andere papieren. De schenker wist niet waarover de foto’s gingen. De ene leek iets met een afscheid of een intrede van een burgemeester te maken te hebben. De betreffende personen leken wel een beetje op het echtpaar Van Ogtrop-Van Voorst tot Voorst. De andere betrof bijgaande met een stoet bereden, ongezadelde paarden. De gedachten gingen uit naar de Meentweg en misschien Stad en Lande Ruiters (opgericht 1957). We kwamen er niet uit.

Een paar dagen later fietste één van ons voor een boodschap naar Baarn. Op de terugtocht, aan het eind van de Wakkerendijk, kreeg hij voorbij het huis ineens de gedachte: ‘Barst, dat is het witte huis op de foto!’ Na controle, inderdaad Wakkerendijk 264. Links op de rand van de foto is nog net de voorkant van een rijtuig te zien. Het leek te maken te hebben met een rijtoer, zoals gebruikelijk bij de intrede van een burgemeester.

Na wat gezoek in de gedigitaliseerde Laarder Courant, gefocusseerd op het jaar 1948 van het vertrek van burgemeester van Ogtrop, kwamen we al snel op de intrede van zijn opvolger, de heer E.J.M. Kolfschoten, op 17 augustus 1948. De krantenfoto legde via het opmerkelijke hoedje van mevrouw Kolfschoten direct de link met de andere foto. Zij werden aan de gemeentegrens met Laren binnengehaald. Na wat plichtplegingen kreeg mevrouw Kolfschoten een boeket uit handen van Carolientje Mol en Marietje Hoogland, eerlijk verdeeld tussen de beide scholen. Het burgemeestersechtpaar stapte over in een landauer en het ging in optocht naar het gemeentehuis, voorafgegaan door een groep ruiters van de Jonge Boerenbond. Het uitvoerige bericht rept niet van een rijtoer over de Wakkerendijk, maar mogelijk is die gedaan tussen de installatie in het gemeentehuis en de receptie in het Vereenigingsgebouw.

De foto toont ons in elk geval de Jonge Boerenbond op de nog oorspronkelijke smalle straat van de Wakkerendijk naast de in 1948 daar nog aanwezige dijkverhoging. In 1953 was de hele situatie veranderd met dank aan burgemeester Kolfschoten. Wie meer weet van deze foto mag het ons vertellen.

Eerder geplaatst in De Rotonde, jrg. 16, nr. 5, 1 maart 2019.

Deze Binnendiekers, geïntroduceerd ca. 1987, zijn inmiddels ook historie.

De namen Eemnes-Binnen en -Buiten

Door een besluit in 1811 werden de gemeentes Eemnes-Binnen en Eemnes-Buiten samengevoegd tot één gemeente Eemnes. De plaatsnamen van de twee dorpen bleef men nog lang gebruiken. Ook nu heet de bushalte bij het Dikke Torentje nog Eemnes-Binnen. Van omstreeks 1500 tot heel globaal 1750 waren de namen iets anders. Namelijk Eemnes Binnendijks en Eemnes Buitendijks. Bij mensen van buiten Eemnes was er soms verwarring over de ligging. De kerk van Eemnes-Binnen staat immers buiten de vroegere zeedijk en de kerk van Eemnes-Buiten staat er binnen. Maar wat is dan een goede verklaring?

Volgens een recente publicatie van Historische Kring Eemnes (HKE-2017-3) is de volgende verklaring van de namen de meest waarschijnlijke. Na de stormvloeden van 1409 tot 1433 was de in 1439 ingevoerde naam ‘Bynnendijck’ voor het zuidelijk gelegen dorp begrijpelijk door verhuizingen van inwoners van Eembrugge naar de westkant van de Wakkerendijk. Omstreeks 1500 ging die naam over in ‘Emenesse Bynnendijcx’. Waarschijnlijk was dat, omdat de inwoners zich nauw verbonden voelden met het noordelijker gelegen dorp met stadsrechten, dat in 1352 ‘Emenesse’ werd genoemd. Vanaf die tijd verlengde men die naam tot ‘Emenesse Buytendijcx’, als tegenhanger van ‘Bynnendijcx’. In de loop van de 18e eeuw is men in plaats daarvan gaan schrijven Eemnes-Binnen en -Buiten.

In de twintigste eeuw zijn er door historici veel onderzoeken gedaan naar de herkomst van de namen. De eerste publicatie met een verklaring van de twee namen is van 1928. Auteur was de in Den Haag wonende geograaf A.A. Beekman. Dat was op verzoek van de toenmalige dijkgraaf van Waterschap Eemnes. Daarna volgden er meer dan 10 publicaties over dit onderwerp, van verschillende historici. Sedert 1995 is de meest gehoorde en gelezen verklaring, dat de ligging ten zuiden en ten noorden van de Eemnesser Vaart de reden is van de naamgeving Binnen en Buiten. Die is gegeven door Prof. C. Dekker, destijds archivaris  van Het Utrechts Archief. Hij gaf die verklaring omdat de Zuidwend, de strook land aan de noordkant van de Eemnesser Vaart, lange tijd is aangezien voor een afgegraven dijk en een grens van ontginning is geweest. De HKE-publicatie van 2017 verwerpt dat, omdat de Zuidwend geen dijk was en omdat er tussen de Zuidwend en Eemnes-Binnen nog een andere ontginningsgrens lag toen in 1439 de naam ‘Bynnendijck’ werd gegeven.

Eerder geplaatst in De Rotonde, jrg. 16, nr. 9, 26 april 2019.

De Canon van Eemnes in steen (1)

Na de jammerlijke ondergang van de Canon-tegels op de Braadkamp zijn deze opgeborgen. Wat de plannen ermee zijn, is onduidelijk. Misschien zouden ze een plaatsje kunnen krijgen bij het Huis van Eemnes, dan niet meer als voetveeg, maar in of aan een wand. Hoe het ook zij, hier starten wij met een serie waarin we in elke Rotonde een tegel zullen behandelen. De tekeningen voor de tegels zijn gemaakt door Rob du Rieu.

Op deze tegel staat ‘13e eeuw’ omdat toen, naar de kennis van nu, de ontginning van Eemnes begon. Precies is dat niet bekend. In Eembrugge zou al eerder een kleinschalige ontginning zijn begonnen met een nederzetting op de oostoever en er was daar sprake van een kerk in 1254. Vanuit die nederzetting zou wat nu Eemnes is, zijn ontgonnen. Hoe dat exact in zijn werk is gegaan, is niet precies bekend. Er zijn verschillende meningen over, die allemaal wel een stukje van de waarheid kunnen bevatten.

In 1269 is er voor het eerst sprake van de naam van Eemnes, als ‘themenesse’. Pieter en Beatrijs krijgen voor twintig stuivers per jaar een stuk grond in erfpacht. Die grond lag ergens in de Noordpolders te Veld. Er wordt momenteel naarstig onderzoek gedaan naar de locatie. Dat jaartal was voor het Feestcomité en de gemeente Eemnes de aanleiding daar wat mee te doen. Sommige mensen zijn daardoor wat in verwarring geraakt, want wat dan met 1352? Daar gaan we op in bij de volgende tegel. ‘Emenesse’ bestond al voor 1269 zoals blijkt uit de erfpachtovereenkomst. Er was nog helemaal geen sprake van een dorp, laat staan de dijk. Een groep boeren ploeterde nog ergens in de polder bij hun nog schamele behuizingen. Zij hoorden bij het ‘kerspel Eembrucghe’, maar waar ze precies woonden is niet bekend.

Eerder geplaatst in De Rotonde, jrg. 16, nr. 11, 24 mei 2019.

Tekening: Rob du Rieu

De Canon van Eemnes in steen (2)

De ontginningsactiviteiten aan de rand van het Gooi waren graaf Willem IV van Holland niet ontgaan. De Eemnessers kwamen al dichterbij. Hij trok daarom omstreeks 1330 een grens – een ‘ree’ – door het veen op de plaats van de Wakkerendijk en Meentweg. Aan zijn kant reserveerde hij een stuk grond genaamd Oost-Holland, dat hij de Eemnessers aanbod om te wonen. Het was ongeveer de helft van het gebied ten westen van de latere dijk. Zij wilden dat wel, maar mochten niet van bisschop Jan van Diest (1322-1340) vóór hij overleed. Ze pachtten in 1339 alvast de grond.

In 1346 accepteerde bisschop Jan van Arkel (1342-1364) de verhuizingen van Eemnessers naar Oost-Holland niet langer en brandde de nederzetting achter de dijk plat. Meerdere verwikkelingen met graaf Willem IV leidden uiteindelijk tot een vrede in 1351, waarbij in principe de grenzen van het huidige Eemnes werden bepaald. De voormalige nederzetting Oost-Holland, nu als Emenesse, mocht zich afscheiden van het kerspel Eembrugge en een kerk bouwen. In 1352 kreeg het dorp bij de afscheiding stadsrechten. In 1349 mocht ook ‘Eembrugge de Westzijde’ zich afscheiden en kreeg als Binnendyck (later Eemnes-Binnen) stadsrechten. Van Emenesse is het stadszegel bewaard gebleven. Waarom het drie bisschoppen werden is niet echt bekend.

Eerder geplaatst in De Rotonde, jrg. 16, nr. 13, 22 juni 2019.

Tekening: Rob du Rieu

Canontegel 3: 1481 Verwoestende Utrechts-Hollandse oorlog

In 1346 was al eens de voorloper van Eemnes, als Oost-Holland op dezelfde plek langs de dijk als nu, afgebrand door bisschop Jan van Arkel. In zijn rol van landsheer strafte hij zijn afvallige, overgelopen onderdanen. In het verleden schilde men wel vaker appeltjes op deze wijze. Het kon nog erger in de Hoekse en Kabeljauwse twisten (1345-1490). Elders in de wereld is het nog dagelijkse kost….

Een slepend conflict over een bisschopsbenoeming veroorzaakte de Tweede Stichtse Burgeroorlog. Deze ging over de macht van de Hollandse ‘Kabeljauwen’, die David van Bourgondië als bisschop in het zadel hadden gehesen. Na het overlijden in 1477 van zijn halfbroer Karel de Stoute, verloor David zijn steun. De Hoekse steden Utrecht, Amersfoort en Montfoort wilden hun macht weer terug. In 1481 vielen zij met hulp van de Geldersen Naarden en het Gooi aan. Een Hollandse troepenmacht van meer dan 4000 soldaten en zo’n 400 ‘vylre boeven’, die gingen helpen om te plunderen, nam wraak in Eemland.

Behalve enkele huizen waarin een kraamvrouw of een stervende lag, ging Eemnes in vlammen op. En er gebeurden meer vreselijke dingen. Dit rampjaar wordt in herinnering gehouden met de tekst op een bord in de Grote Kerk dat in 1981 door HKE is geschonken:

Toen men schreef veertienhonderd tagtig en één
was er in Eemnes een groot geween.
Daer bleven twee en zeventig mensschen doot;
God helpe de sielen uyt den noot.


Eerder geplaatst in De Rotonde, jrg 16, nr. 14, 5 juli 2019.

Tekening: Rob du Rieu

Canontegel 4: 1531 Boeren fokken stamboekvee

De titel suggereert meer dan het was, maar de bedoeling in 1531 was hetzelfde. We halen een stukje aan uit Venster 5 ‘Een boerengemeenschap, 1600-1930’ in de Canon van Eemnes.

‘In het gemengde bedrijf werd voedsel geproduceerd voor mens en dier. Het aantal koeien per boer was relatief klein: van minder dan tien bij de kleine boer tot soms een twintigtal bij de grote boer. De koeien van toen waren een stuk kleiner en ze brachten minder melk op dan nu. De meeste koeien liepen vroeger op de weiden, dicht bij de boerderij, op de driesten. De polders te veld werden vooral voor hooibouw gebruikt.

Goed vee was gezamenlijk belang voor elke boer. Al in 1531 sprak men (in Eemnes-Buiten) maatregelen af om het vee te veredelen. Men noemde zo’n afspraak een “willekeur”. In 1591 en 1597 werd deze willekeur vernieuwd. Er werd afgesproken, dat voor de verbetering van het paarden- en koeienras alleen gebruik gemaakt mocht worden van goedgekeurde dekhengsten en stieren. Deze werden op de grond van de Zuidwend geweid. Elk jaar werden er uit de veulens en kalveren nieuwe dieren geselecteerd en door de gezamenlijke boeren van de eigenaars gekocht. Hiermee werd doorgefokt: een staaltje van vroeg “stamboekvee”.’

Of en in hoeverre er een systematisch stamboek werd bijgehouden op de wijze zoals dat in de 19e eeuw werd geïntroduceerd, met o.a. melkopbrengsten en vetgehalte, is maar zeer de vraag. Wellicht ging het meer op ervaring en gevoel.

Eerder geplaatst in De Rotonde, jrg. 16, nr. 15, 2 augustus 2019.

Tekening: Rob du Rieu

Canontegel 5: 1574 Verschrikkingen van de Spaanse Furie

Nog steeds gebeuren er vreselijke en wrede dingen in de hedendaagse wereld, terwijl wij ons al weer ruim 70 jaar in een betrekkelijk vreedzaam leven mogen verheugen. Het is wel anders geweest. In 1481 werden er in Eemnes 72 mensen vermoord en alle, behalve vier, huizen afgebrand door de horden van de Hollandse stadhouder Lalaing. In 1528 en 1543 kwam Maarten van Rossum door Eemnes met een spoor van vernieling en ellende.

Karel V, heer der Nederlanden, koning van Spanje, en nog zo wat meer, kreeg in 1543 definitief de heerschappij over Gelre, nadat hij ook al in 1528 die over Utrecht had verworven. Oorlog tussen de Nederlandse gewesten was niet meer aan de orde. Hij wilde een uniform bestuur en een centraal gezag in deze lappendeken. Dat stuitte op verzet. Daarbij kwam ook de drang naar kerkhervorming. Zo ontstond een vrijheidsstrijd in de noordelijke Nederlanden, die algemeen bekend staat als de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648).

Karels zoon Philips II, die hem al opvolgde in 1555, stuurde de Spanjaard hertog Alva als landvoogd naar de Nederlanden om de boel in het gareel te brengen. Dat ging niet zachtzinnig. In de periode 1571-1576 werd het Utrechtse platteland hard getroffen door plundering en inkwartiering. Naarden werd in 1572 gruwelijk uitgemoord. Eemnes werd in 1574 zwaar getroffen, waarbij de kerk van Eemnes-Buiten in brand ging en alle archiefstukken verloren gingen.

De Gouden Eeuw zou spoedig aanbreken. Die kwam in het rampjaar 1672-1673 wreed tot een einde. Eemnes werd in 1673 bezocht door Franse troepen. Van een rijk plaatsje met 400 huizen verviel het tot armoede met 200 huizen en de helft inwoners.

Eerder geplaatst in De Rotonde, jrg 16, nr. 19, 11 oktober 2019.

Tekening: Rob du Rieu

Canontegel 6: 1580 Kerkelijke verdeeldheid

Al sinds begin 16e eeuw zijn er in Centraal Europa stromingen actief die door bestudering van de bijbel de leer van de Roomse kerk in twijfel trekken. Bekende namen zijn Zwingli (1484-1531), Luther (1483-1546) en Calvijn (1509-1564). Door de boekdrukkunst worden de bijbel en de nieuwe inzichten verspreid en dringen zo ook door in de Nederlanden. Hoewel er ook een belangrijke stroming is van anabaptisten (doopsgezinden), die geweld afzweren en waarvan de Fries Menno Simonsz (ca. 1469-1561) een belangrijk hervormer is, krijgen de aanhangers van Calvijn de grootste invloed op het wereldlijke bestuur na de oprichting van de Unie van Utrecht in 1579.

Op 18 juni 1580 verordonneren de Staten van Utrecht, dat alle kerken in handen moeten worden gesteld van de aanhangers van de ‘gereformeerde religie’. Dat is de latere Nederlands Hervormde Kerk, die inmiddels is opgegaan in de Protestantse Kerk Nederland (PKN).

In Eemnes was een voormalige monnik, Dirk Rijxssz, sinds 1567 pastoor. Hij is, zoals veel priesters in die tijd, gehuwd en heeft kinderen. Vermoedelijk staat hij voor een moeilijke keuze: niet meegaan met de nieuwe stroming betekent geen inkomen. Vermoedelijk is hem daarom het secretariaat van het dorpsbestuur aangeboden. Dat kon alleen als degenen, die het in het dorp voor het zeggen hadden, trouw bleven aan de oude kerk. In 1593 bleek Dirk bij een visitatie nog volgens de oude leer te werken en 1602/1603 wordt hij in een lijst van predikanten nog ‘den olden paep’ genoemd.

De eerste echte ‘gereformeerde’ predikant in Eemnes wordt in 1605 benoemd: Hendrik Martensz van der Pol. Minder sterk dan in Laren en Blaricum, die praktisch geheel rooms-katholiek bleven, bleef een belangrijk deel van de Eemnessers trouw aan de oude kerk.

Eerder geplaatst in De Rotonde, jrg. 16, nr. 20, 25 oktober 2019.

Tekening: Rob du Rieu

Canontegel 7: 1589 De Vaart: onze levensader

Nederland, althans de lager gelegen delen, had zijn welvaart in het verleden mede te danken aan het water. Met geringe inspanning konden grote lasten over water worden vervoerd. Aan de zuidkant van de Zuidwend lag aanvankelijk een wetering die alleen voor de waterlozing diende, maar in 1589 werd deze verbreed en uitgediept. In de Zomerdijk kwam een houten schutsluis. Nu kon rechtstreekse scheepvaart met bescheiden scheepjes Eemnes voorzien van goederen, zoals turf, stenen en ander materiaal. Ook konden producten via de Eemnesservaart worden afgevoerd. De stad Amersfoort was hier fel op tegen omdat deze meende het alleenrecht op de Eem te hebben en dat alle goederen via Amersfoort vervoerd moesten worden. Stel je voor! Eemnes kreeg echter gelijk van de Staten van Utrecht.

Er kwam een beurtveer en in 1650 werd de houten sluis vervangen door een stenen die er nu nog ligt. Het haventje, dat aanvankelijk niet veel meer was dan een poel, werd later voorzien van een marktveld met aanlegkaden aan drie zijden. Ook voor Blaricum en vooral Laren was de Vaart van belang. De wevers (fabrikeurs) verscheepten hun producten met het beurtveer naar Amsterdam. Toen in 1816 de straatweg van Amsterdam op Amersfoort door Eemnes klaar was, ontdekten zij echter dat het gemakkelijker was – en zonder tol te betalen – de haven van Bussum te bereiken. Een belangrijke opleving in de scheepvaart was er tijdens de ‘Gooise bouwwoede’ met een piek van 244 schepen in 1922. Naast stenen voor de woningbouw is toen ‘de hele Larense basiliek door de Vaart gevaren’. Vrachtauto’s namen het vervoer over en in 1953 werd de sluis buiten gebruik gesteld, maar in 1993 gerestaureerd met nieuwe deuren. Sindsdien komt Sinterklaas met de boot aan in Eemnes.

Eerder geplaatst in De Rotonde, jrg 16., nr. 21, 8 november 2019.

Tekening: Rob du Rieu

Canontegel 8: 1674-1702 Stadhouder Willem III krijgt jachtrecht Eemnes

Hoewel de beide Eemnessen stadsrechten hadden, waarmee ze heel veel zaken zelfstandig konden regelen, had ook de Maarschalk van Eemland namens de Staten van Utrecht hier gezag. In de 17e en 18e eeuw verleenden de Staten, soms tegen betaling, rechten aan anderen, die hiermee Hoge of Vrije Heer of Ambachtsheer, dan wel Ambachtsvrouwe werden.

Hoevelen weten het nog? ‘1672, het rampjaar! De regering was radeloos, het volk redeloos en het land reddeloos.’ Van drie kanten werd ons land bedreigd: er was oorlog met Frankrijk, Engeland en twee Duitse stadstaten: Munster en Keulen. De Staten-Generaal benoemde prins Willem III van Oranje tot kapitein-generaal en admiraal van leger en vloot van de Republiek der Zeven Provinciën. De Staten van Holland en Zeeland riepen hem uit tot hun stadhouder.

Willem probeerde met een slecht uitgerust legertje weerstand te bieden. De kansen keerden en door taaie volharding van het volk, de vloot en de prins werd een overwinning bereikt. Er werd vrede gesloten. De Staten van Holland en Zeeland verklaarden als dank het stadhouderschap aan het Huis van Oranje voor erfelijk. De Staten van Utrecht Overijssel en Gelderland volgden en benoemden Willem in 1674 tot stadhouder.

Als dank voor zijn verdiensten kreeg de prins op 13 september 1674 van de Utrechtse Staten ‘de Hoge, Middelbare en Lage Heerlijkheden van Soest, Baarn, Ter Eem en de beide Eemnessen’. Met daarbij, en dat was voor Willem het belangrijkste, de jachtrechten in dat gebied. Datzelfde jaar kocht hij van mr. Jacob de Graaff het Jachthuis Soestdijk. Overigens een koopje, want Jacob had nog wat goed te maken met de Oranjes.

Ontleend aan: Historische Canon van Eemnes. Eerder verschenen in De Rotonde, jrg. 16, nr. 23, 6 december 2019.

Tekening: Rob du Rieu

Canontegel 9: 1702 Een verwoestende overstroming

De stormrampen van 1702 en 1703 zijn de annalen ingegaan als ruïneus voor Eemnes. Door de inval van Franse troepen in het rampjaar 1672 was de gemeenschap verarmd. Wie niet vertrokken was, probeerde uit de ellende weer wat op te bouwen. Slecht bestuur had daarnaast ook verwaarlozing van onderhoud en toezicht tot gevolg.

Op 1 maart 1702 was er een watervloed geweest in de Zuiderzee. Slecht afgewerkte mennegaten in de feitelijke zeedijk –de zogenaamde Hooge Weg bovenop de huidige fietspaden –braken door. Het bleek ook dat bepaalde ‘heulen’ (toen houten afvoeren onder de dijk) verstopt waren en het water niet goed terug kon stromen. Dat was onder andere het geval bij de heul ten zuiden van het huidige huisje Wakkerendijk 36. De onderhoudsplichtigen hadden de heul zonder toestemming uitgegraven om te repareren, maar deze open laten liggen om later weer te dichten. Onverwacht op 5 april kwam er een tweede zware stormvloed die zich door deze gaten perste en aan de westkant van de dijk diepe waaien uitsleet.

De boerderij bij deze genoemde heul is helemaal weggespoeld. Nog tot in het begin van de 20e eeuw was deze grote waai te herkennen en de gevolgen door de slechte ondergrond zijn nog te merken. Het huisje Wakkerendijk 36 uit omstreeks 1825 staat daardoor bijvoorbeeld scheef. De stormschade aan boerderijen en huizen werd nog eens verergerd door de cycloonachtige storm van 1703 die een groot deel van Europa trof. Nog herstellende van de klap van 1672 was dit alles teveel. Velen trokken weg en rijke buitenstaanders kochten de boerderijen met hun gronden op.

Ontleend aan: Historische Canon van Eemnes en Evert van Andel in HKE 2010-3.

Eerder geplaatst in De Rotonde, jrg. 16,nr. 24, 20 december 2019.