De Historische Kring vertelt … 2017

Klik op een van de onderstaande titels om direct naar het onderwerp te gaan.

Paard en wagen op de Zomerdijk in Eemnes (coll. HKE).

Bedrieglijk relaxt

In de verzameling foto’s van HKE bleek bijgaand kiekje ergens verdwaald te zijn. Leuk rustiek plaatje, maar waar is hij genomen en in welk verband? Degenen die er aanvankelijk mee bezig waren legden het opzij. Vereende krachten maken licht werk. De foto lijkt heel duidelijk genomen te zijn op de Zomerdijk bij een grote waai (achter de wagen), waar de dijk na een doorbraak aan de Eemzijde omheen is gelegd (links). Op de wagen liggen zo te zien de wanden van een schaft- en schuilkeet of iets dergelijks. Bij de tweede ruilverkaveling werd al niet meer met paard en wagen gewerkt. Zou de foto te maken hebben met de eerste van 1939-1951?

In 2006 heeft HKE een hele verzameling foto’s gekregen die stamt uit het bezit van burgemeester van Ogtrop en die gaan over deze ruilverkaveling. Dat was zijn grote opdracht nadat hij was aangesteld als burgemeester van Eemnes in 1936. Vergelijking met deze verzameling bleek al heel snel waar het fotootje thuis hoorde. Er was een set van zulke foto’s met exact dezelfde afmetingen papier, afbeelding en ongelijke randen; alle andere sets waren totaal anders. Daar moest hij dus tussen horen en die gingen over werkzaamheden tijdens de ruilverkaveling van 1939 t/m 1941. Op een andere foto waren meerdere schaftketen te zien bij het verbreden van de Middenwetering. Allemaal met de schep, geen graafmachine te zien.

Het straalt plaatje rust uit van een ongecompliceerd leven. Men zou er nostalgisch in weg kunnen zwijmelen. Wetend dat hij uit 1939-1941 stamt, maakt het verhaal even anders. En was het leven wel zo ongecompliceerd en gemakkelijk…..? 

Verscheen eerder in De Rotonde, jrg. 14, uitgave 23, 8 december 2017; redactioneel aangepast 18 december 2017.

‘Het Huis Ter Eem in 1638’  (Gooi- en Eemlander, 15 september 1906).

Huis “Ter Eem”

Na de zomervakantie van 2017 kreeg HKE van Museum Flehite een ingelijste prent aangeboden van ‘Huis Ter Eem in 1638’. Na enig zoekwerk – wat is internet dan gemakkelijk – bleek het te gaan om een krantenknipsel uit de Gooi- en Eemlander van 15 september 1906. Een zuster van Onze Lieve Vrouwe in Amersfoort had hem jarenlang gekoesterd als wandversiering. De uit Hilversum afkomstige seminarieprofessor J.A. de Rijk schreef destijds een serie ‘Wandelingen door Gooi en Eemland en Omstreken’ voor de genoemde krant. Deze prent is ten behoeve van de krant gegraveerd naar een litho van H.J. Backer uit 1843 of diens voorbeeld, een tekening van Christiaan Ostermann uit 1842, die blijkbaar een voorbeeld uit 1649 had. De krantenprent komt sterk overeen met Backer, maar wijkt af van een potloodtekening van Louis Philip Serrurier uit ca. 1730, die ook verwijst naar 1649. Waarom de datering 1638 is opgegeven, is niet duidelijk. Het maakt weinig uit.

Huis “Ter Eem” stond aan de oostzijde van de Eem bij Eembrugge, waar nu een woonwagenkamp is, overigens op nu Baarns gebied. Het terrein heeft op luchtfoto’s en kaarten nog de contouren van een schans. Hier stond de eerste kerk van het ‘stadje’ Ter Eem, dat op een strategische plek lag bij de brug over de Eem aan het begin van de Eemdelta. De bisschoppen konden hier inschepen om hun gebied Oversticht in het oosten van Nederland te bezoeken, om niet door bij tijden vijandig Gelders gebied te hoeven reizen. Bovendien werd de monding van de Vecht inmiddels beheerst door de graven van Holland (Muiderslot). Tussen 1346 en 1348 liet de plaatsvervanger van bisschop Jan van Arkel, de vicaris-generaal in het Sticht Zweder van Uterlo, hier een kasteel bouwen, waarin de kerk was opgenomen. De Hoekse en Kabeljouwse twisten (1345-1490) drukten hier hun stempel op. Het huis is een aantal keren verwoest. Nadat Gelre in 1543 onder heerschappij kwam van Karel V, Heer der Nederlanden, was er geen behoefte meer aan dit versterkte huis. Het verviel en in 1706 werd het afgebroken. Meer erover kan worden gelezen in de Historische Canon van Eemnes.

Verscheen eerder in De Rotonde, jrg. 14, uitgave 21, 10 november 2017.

Vijf Eemnessers  in Amersfoort, vermoedelijk de lichting die geboren was in 1918. Van rechts naar links: soldaat Bertus Mol, korporaal Gerard van Klooster, overigen onbekend (foto coll. familie Mol, Hamilton, Canada).  

Wie zijn deze Eemnesser militairen (1937-1940)?

De contacten van de Historische Kring Eemnes beperken zich niet tot het grondgebied. Hoewel veel Eemnessers hechten aan de bestaande gemeentegrenzen, kijken ze er toch wel overheen. Door gebrek aan perspectief zijn er ook velen vertrokken, dichtbij en veraf. Toen Nederland ‘ons Indië’ kwijt raakte omstreeks 1950 stimuleerde de overheid zelfs om te emigreren. Zonder Indië zou het niet meer gaan. Je vindt Eemnessers dus onder andere ook in de bekende emigratielanden Australië, Nieuw-Zeeland, Verenigde Staten en Canada. En het aardige is dat er daarvan zijn die nog steeds contact houden met Eemnes. In de afgelopen maanden zijn een paar scans van foto’s toegestuurd uit Canada die in het bezit waren van Bertus Mol (geboren Eemnes 1918, overleden Hamilton 1997) en zijn eveneens geëmigreerde veertien jaar jongere broer Gerrit die nog leeft.

Op bijgaande foto staat Bertus Mol rechts als soldaat, samen met vier andere Eemnessers. Vermoedelijk is de foto genomen op een kazerneterrein tijdens de mobilisatietijd van 1939 tot mei 1940, of misschien uit de periode van eerste oefening omstreeks 1937. We weten niet wie de andere vier zijn. We kunnen hun rangen wel onderscheiden. Let op de verschillen in kleding en hoofddeksels. Middenin staat een sergeant, geflankeerd door twee korporaals. Links nog een andere soldaat.

Op het verzoek om de ander vier te identificeren reageerde al gauw een dochter van Gerard van Klooster (geboren Eemnes 25 augustus 1918), die haar vader identificeerde als de tweede van rechts. De foto zou zijn gemaakt in Amersfoort, waar hij was gelegerd. Vermoedelijk zijn het Eemnessers van de lichting die geboren was in 1918, een enkele uitzondering daargelaten.

Verscheen eerder in De Rotonde, jrg. 14, uitgave 19, 13 oktober 2017; aangevuld 18 december 2017.

De verkeersregelinstallatie die het altijd deed, gezien vanaf de Zuidersingel (foto collectie HKE).

Ooit had Eemnes verkeerslichten 

Het is alweer een tijdje geleden dat Eemnes verkeerslichten had, op de twee kruisingen in de Laarderweg met de Noordersingel en met de Gooiergracht (Laren). In 1996 werd op de kruising van de Noordersingel de rotonde opgeleverd, waarop in januari 1997 de melkende boer verscheen van kunstenaar Joris Baudoin. De koeienrotonde in de Zuidersingel was een jaar eerder al voorgegaan. In november 1998 werd de rotonde op de grens met Laren gerealiseerd. Deze ligt voor een groot deel in de gemeente Laren, in elk geval het verhoogde middenperk met het kunstwerk van de rechtopstaande rotsblokken.

Over de verkeerslichten van beide kruispunten is wel een anekdote te vertellen. De installatie in de Noordersingel/Zuidersingel was gemaakt door Philips Telecommunicatie Industrie in Hilversum, bij het onderdeel Verkeerssystemen (later Peek Traffic Systems), waarbij ook verschillende Eemnessers werkten. De installatie aan de Gooiergracht kwam van een concurrent uit Haarlem. Vroeg je aan een PTI’er van Verkeerssystemen of hij bij de stoplichten werkte, dan kreeg je als antwoord: ‘Nee, wij maken verkeersregelsystemen; de concurrent maakt stoplichten’.

Met enige trots en veel leedvermaak passeerden deze Eemnessers de verkeerslichten op weg naar huis of werk als die bij Laren het weer eens niet deed bij vooral zomerse hitte. Die bij de Noordersingel deed het eigenlijk altijd. De oorzaak was dat het een Australisch Philips-ontwerp was dat tegen de daar heersende extreme hitte kon.

Verkeerslichten verdwenen in het algemeen en ook hier met de opkomst van de minirotondes. Die draaien altijd door, behalve als het ijzelt, want dan wil het verkeer gewoon rechtdoor.

Verscheen eerder in De Rotonde, jrg. 14, uitgave 17, 15 september 2017.

Grenspaal nr. 1 aan de Eemnesserweg te Laren NH (foto Jaap Groeneveld). Eigenlijk had de paal enkele meters naar rechts richting Eemnes moeten staan, maar dat gaat niet vanwege de overkluizing van het water Gooyergracht.

 

Leeuwenpaal 1 bijna driegemeentenpunt

Op een stukje stoep naast het fietspad aan de Eemnesserweg staat een manshoge zuil. Op de Larense kant staat correct het wapen van Holland, op de Eemnesser dat van het Sticht van Utrecht. Zulke palen langs de grens van het Gooi worden wel Leeuwenpalen genoemd, hoewel die naam eerst alleen voorbehouden zou zijn aan de meest noordelijke ongenummerde bij de Bijvanck als Leopaal.

Hier gaat het om paal nummer 1 die op een hoek in de grens staat. Hij staat eigenlijk door de duiker onder de weg een paar meter te veel naar Laren. De grens tussen (Noord-)Holland en Utrecht komt door het midden van de Gooyergracht – de sloot achter het witte huis – rechts langs het huis naar dat denkbeeldige hoekpunt. Op de foto links van de paal ligt Holland, rechts Utrecht en dus Eemnes. Het huis staat echter in Blaricum (Agter Kampen 1), want het staat in het uiterste zuidelijke puntje van die gemeente, terwijl een deel van de tuin in Laren ligt. Die punt eindigt ongeveer tussen het fietspad aan de overkant en de weg. Tot in begin jaren 1970 lag er in de Blaricumse berm geen voetpad, in tegenstelling tot in Laren en Eemnes.

De grens loopt verder parallel langs de oorspronkelijke Laarderweg tot de plek waar ooit grenspaal 2 stond. Hij zou op het fietspad rond de rotonde in de weg staan en is dus bij de aanleg daarvan op de rand van de vijver gezet. De rijweg van de rotonde ligt dan ook formeel praktisch geheel in Laren, hoewel je zou denken dat hij helemaal in Eemnes ligt. Maar Eemnes begint al bij paal 1 als Laarderweg.

Het stukje grens tussen de palen 1 en 2 noemt men een ‘inschinkeling’, een dubbele knik in de grens. Die is veroorzaakt in 1536, toen de Gooyergracht werd gegraven om de Blaricumse Bouwvenen af te scheiden die Eemnessers onterecht in gebruik hadden. Toen is de grens hersteld die in 1356 was afgesproken: vanaf de Leeuwenpaal recht op de Domtoren. Dat betrof alleen Eemnesser gebied, want het Baarnse Veen bleef nog Hollands evenals de Blaricumse Meent. Vermoedelijk heeft men de Dom niet goed gezien bij het uitzetten waardoor hij afweek. Vanaf grenspaal 2, een nieuwer ontwerp, tot aan grenspaal 6 bij het voormalige theehuis ‘De Heidebloem’ loopt de grens als enige grensvak wel exact recht op de Domtoren.

De palen hebben tegenwoordig geen juridische waarde meer, maar ze zijn wel cultuurhistorisch erfgoed. De stenen palen zijn geplaatst omstreeks 1730, na de grensbepaling van 1719 die voor Eemnes geen gevolgen had, want de grens was al onbetwist sinds 1536.

Verscheen eerder in De Rotonde, jrg. 14, uitgave 10, 12 mei 2017.

Zittend (v.l.n.r.): Joyce Perdon (7000, okt. 1982), Arisje Remerij-Baatje (2000, juni 1938). Staand: Diede van der Velden (9000, dec. 2016), Wim Bunt (3000, juli 1965), Sander Holl (5000, dec. 1973), Matthijs Hoofd (8000, dec. 1993), wethouder Sven Lankreijer. Vooraan de paaseieren voor Lorenz de Knegt (4000, juni 1972) en Laurens van Hamersveld (6000, dec. 1975). (Foto Bart Nouwens).

Historische Kring bracht “1000e Eemnessers” bijeen

Donderdagavond 30 maart 2017 had de Historische Kring Eemnes (HKE) een bijzondere bijeenkomst in De Hilt. De verhuizing van Diede van der Velden met haar moeder en zus maakte haar op 27 december 2016 de 9000e inwoner. Een mooie gelegenheid om eens naar haar voorgangers te kijken. Allen behalve de 1000e, die geheel onbekend is en ver voor 1800 leefde, bleken ze bekend in de gedigitaliseerde leggers van de Laarder Courant “De Bel”. Na wat speurwerk zijn ze getraceerd en uitgenodigd. Van de acht zouden er zeven komen, maar plotseling bleek helaas een tweede verhinderd.

Henk van Hees presenteerde een historische terugblik op de groei van Eemnes aan de hand van de krantenberichten, kaartjes van de dorpskern en hoogtepunten in het betreffende jaar van de duizendtallen. Hij vroeg de gasten af en toe wat herinneringen. Er is veel traditie gemoeid met het bereiken van een duizendtal. Allen behalve Diede maakten het getal rond door geboorte en de borelingen kregen een spaarbankboekje; Arisje van burgemeester Van Ogtrop persoonlijk (ƒ10), Matthijs Hoofd van de Rabobank (ƒ100) en de overigen van het gemeentebestuur. Matthijs kreeg van het gemeentebestuur een bijtring met zilveren bel met inscriptie, die hij ter plekke toonde. De borelingen werden ook met iets tastbaars verwelkomt door de middenstandsvereniging(en).

Burgemeester de Bekker (1965-1976) had de eer als burgervader van zijn rap groeiende gemeente vier van de acht nieuwkomers te verwelkomen (1965-1975). Sander Holl had een bijzonder welkom. Omdat zijn vader tamboer maître was van In Aethere Musica kwam een delegatie van dit muziekkorps van weleer, waarvan De Bekker de grondlegger was, de kraamvisite opluisteren.

De drie vrouwen blijken iets met ‘buiten Eemnes’ te hebben: Arisje vond het te koud en verhuisde naar Baarn; ‘het scheelde wel een jas in de winter’. Joyce werd in Laren geboren en verhuisde later naar Utrecht maar komt nog graag en vaak in Eemnes. De mannen blijken vooral trouw aan Eemnes: alleen Laurens van Hamersveld is lang geleden met zijn ouders naar elders vertrokken. Alle aanwezigen hebben goede (jeugd)herinneringen aan Eemnes.

Tot slot van de happening bood wethouder Sven Lankreijer namens de Gemeente Eemnes alle ‘duizendste Eemnessers’ een omvangrijk chocolade paasei en twee boekjes over Eemnes aan. Ze krijgen van HKE bijgaande foto en de gebundelde presentatie van de avond.

Verscheen eerder in De Rotonde, jrg. 14, uitgave 8, 14 april 2017.

De 8000e inwoner van Eemnes verwelkomd door burgemeester mevrouw Snoeck-Schuller (Laarder Courant “De Bel”).

Bijtring met belletje – met inscriptie – die boreling cadeau kreeg van de Gemeente Eemnes (foto Bart Nouwens).

De groeistuipen van Eemnes

De 9000ste inwoner van Eemnes sinds eind 2016, meer precies inwoonster Diede van der Velden, is een mooie aanleiding wat herinneringen op te halen; met dank aan de gedigitaliseerde Larense Courant “De Bel”.

Het eerste betrouwbare cijfer is van 1795: 1204 inwoners. In de 19de eeuw groeide Eemnes nauwelijks. In de Franse Tijd was het dieptepunt 1148 in 1811. Na een inhaalslag met 1342 in 1822 was er een piek in 1850 met 1450. Toen de nationale economie daarna aantrok daalde de bevolking via 1300 in 1865 tot het tweede dieptepunt van 1238 in 1892.

Vooral vanaf 1900 zou het inwonertal alleen maar stijgen. De fiets maakte wonen in Eemnes en werken in het Gooi aantrekkelijk. Aan de Laarderweg werd gebouwd. In 1920 werden er 1438 inwoners geteld. De Nieuweweg en de Streefoordlaan ontstonden. Op 16 juni 1938 werd Arisje Baatje als 2000ste inwoner verwelkomd met een spaarbankboekje van f10,- van het gemeentebestuur. Kleine uitbreidingsplannen aan de Veldweg en de omgevingen van Torenzicht en De Waag maakten de groei naar 3000 mogelijk. Die eer had Willem Bunt op 25 juli 1965 met f30,- op de spaarbank. De nu ‘oude Zuidbuurt’ werd afgerond met Ploeglaan en Klaproos en de Noordbuurt volgde. Toen ging het hard: Lorenz de Knegt op 19 juni 1972 (4000), Sander Holl op 15 december 1973 (5000) en Laurens van Hamersveld met kerst 1975 (6000). Zij werden oudergewoonte ook nieuwe leden van de spaarbank.

In 1959 vond het Gooi dat Eemnes wel plaats kon bieden aan 7000 tot 16.000 inwoners. De provincie Utrecht streefde in 1967 naar 15.000 en de Structuurnota Eemnes volgde dat. Met name Dorpsbelang zette de hakken in het zand, maar ook anderen zoals de Werkgroep “Toekomst Eemnes”. Het beleid werd bijgesteld, maar onderwijl vond de regering in 1978 gemeenten met minder dan 10.000 inwoners niet levensvatbaar.

In oktober 1982 sloot burgemeester Fien de Leeuw-Mertens als 7000ste Joyce Perdon in de armen. Haar opvolgster Snoeck-Schuller moest eind december 1993 de 8000ste  even vasthouden: Matthijs Hoofd, die een zilveren rammelaar kreeg. Het CDA vond het toen noodzakelijk dat Eemnes ‘in het dorpsbelang’ groeide tot 9000 inwoners in 2005. In 2000 pleitte de VVD voor een winkelcentrum voor 10.000 inwoners, met mogelijkheden tot 13.000. We weten nu hoe het liep met de 9000ste, 23 jaar na de 8000ste. Wat zal het worden? Over 10 of over 40 jaar de 10.000ste,, of niet meer?

Verscheen eerder in De Rotonde, jrg. 14, uitgave 6, 17 maart 2017. 

Hele tekst van de akte (foto J. Groeneveld, coll. Het Utrechts Archief).

Koptekst uit 1339: ‘Ite de bonem emnesse’, ‘Betreffende het goed te Eemnes’.

Fragment uit rechter bovenhoek; ‘themenesse’ op tweede regel.

Eemnes in 1269 bekend als ‘themenesse’

HKE werd er onlangs op geattendeerd dat het in 2019 750 jaar geleden zal zijn dat Eemnes voor het eerst werd genoemd, weliswaar als ‘themenesse’. HKE heeft inmiddels hierover het gemeentebestuur geïnformeerd en contact opgenomen met de Stichting Feestcomité Eemnes. De vraag is nog open of daar iets mee gedaan gaat worden en wat dan. Het staat in de week, om zo te zeggen.
Het is een mooie gelegenheid om wat achtergrondinformatie hierover te geven. Mevrouw A. Johanna Maris schreef in haar boek ‘Eemnes – Rechtskundige ontwikkeling van Gemeente en Waterschap’ hier in 1947 al over. De plaatsaanduiding komt voor in een oorkonde die is opgesteld door de deken en het kapittel van de St. Janskerk in Utrecht. Zij gaven hun goederen in ‘themenesse’ in pacht voor 20 schellingen per jaar. De oorspronkelijke acte is overgeschreven in een akteboek uit omstreeks 1339.
De schrijfwijze ‘themenesse’ moet gelezen worden als ’t Hemenesse’, waarbij de H in de loop van de tijd is vervallen en het Emenesse of Emnesse werd. De rode kop van de kopie schrijft namelijk omstreeks 1339 ‘emnesse’, maar later komt men de H ook nog wel tegen. Een oudere naam voor de Eem is bijvoorbeeld ook Hemus. Emenesse of Eemnes betekent niets anders dan ‘nes aan de Eem’. Een nes is een landtong in zee of in een binnenbocht van een rivier en het is een alom bekende geografische aanduiding in heel Noordwest-Europa (nez, ness, näs). Verwantschap met neus ligt voor de hand. In de binnenbocht van de Eem, waar nu Eembrugge ligt, herkennen we zo’n ‘nes’.
In 1269 zal er alleen sprake zijn geweest van een aanduiding van een gebied met landerijen, misschien met wat gespreide bewoning, maar dat is allerminst zeker. Waar de aangeduide landerijen precies lagen is niet bekend, maar vermoedelijk ergens in deze ‘nes aan de Eem’ of daarbij in de buurt. In Ter Eem (Eembrugge) stond al in 1254 een kerkje, overigens aan de Bunschoter zijde, op de plek waar later het kasteel Huis ter Eem werd gebouwd. Eemnes-Buiten kreeg in 1352 als Emenesse stadsrechten, Eemnes-Binnen pas in 1439 als Binnendijck en als afscheiding van Ter Eem dat nu als Eembrugge in de gemeente Baarn ligt.

Verscheen eerder in De Rotonde, jrg. 14, uitgave 5, 3 maart 2017. Na verbeterd inzicht aangepast 2-9-2017.

Rond de kaaspers

In het vorige stukje van deze rubriek hadden we het over de wipkarn, die te maken heeft met boter maken. HKE bezit ook een fraaie kaarspers, die van de familie Kuijer komt. De kaaspers en de wipkarn zijn de grootste voorwerpen in de collectie.
De overgebleven rauwe melk, na het afromen voor de boter, werd gebruikt om kaas van te maken. Werd er minder afgeroomd, dan werd de kaas romiger. Ook hier was de boerin of eventueel een dochter verantwoordelijk voor de bereiding.
De melk wordt eerst tot 29 graden Celsius verwarmd, waarna zuursel wordt toegevoegd. Daarna wordt stremsel toegevoegd en erdoor geroerd. Stremsel is een complex van enzymen dat de melk omzet in kaas. Het werd in het verleden doorgaans gemaakt van de lebmaag van nuchtere kalveren, de overtollige stierkalfjes. Elk zoogdier heeft overigens in de maag het daarin aanwezige enzym. Tegenwoordig wordt op andere wijze stremsel gemaakt.
Na ongeveer een half uur is de melk ‘gestremd’, een klonterige massa. Deze wordt dan met een raam met messen gesneden in brokken ter grote van dobbelstenen, zodat de wei vrijkomt. Wei is een geelgroenige, zurige vloeistof die nog veel nuttige stoffen bevat en daarom aan de kalveren werd gevoerd.
Een deel van de wei wordt eerst afgetapt of afgeschept, waarna twee keer warm water wordt toegevoegd en de temperatuur in twee stappen verhoogd naar 36 graden. Na een half uur roeren en nog een kwartier rust is de wrongel voldoende gerijpt. De resterende wei wordt afgetapt en de wrongel wordt in een kaasdoek in de gewenste kaasvorm gedaan en aangedrukt.
Onder de kaaspers, waar een paar kaasvormen op elkaar gestapeld kunnen worden, wordt de laatste wei eruit gedrukt en ontstaat gedurende een half etmaal de nog slappe maar vaste kaas. Deze wordt dan een aantal dagen in een pekelbad gelegd. Daarna wordt de kaas voorzien van een beschermlaag en gedurende een week dagelijks op de plank in de stelling gekeerd. Afhankelijk van de tijdsduur van het liggen daarna, en daarbij regelmatig keren, krijg je jonge, jong belegen, belegen of oude kaas.
De laatste zelfkazende boer in Eemnes was de familie Zeldenrijk op Wakkerendijk 104, tot omstreeks 1990.

Verscheen eerder in De Rotonde, jrg. 14, uitgave 2, 20 januari 2017.

Sluit Menu