De Historische Kring vertelt … 2025

logo HKE vrijstaand png

Enkele onderwerpen dit jaar:
Spoorlijn door Eemnes, Ongeval met postvliegtuig in de polder (deel 2), Hooi gestolen, Van verplichte naar vrijwillige brandweer, Honderdjarige Leeuwenpaal 2 na vijftig jaar terug geplaatst en Een warm welkom in de kerk.

Klik op een foto om te vergroten.

Beurtvaart vanuit Eemnes
Vervoer per schip was alle eeuwen vaak de enige manier om goederen en mensen over langere afstanden te vervoeren. In Eemnes was er beurtvaart, vervoer naar en vanuit de haven in het centrum via de in 1589 gegraven Eemnesservaart, de sluis en de Eem, met een vaste dienstregeling naar Amsterdam en naar Amersfoort. De schipper legde zijn schip aan op zijn vaste plaats in het hart van Amsterdam: Steiger 5 aan het Damrak. De rijke Amsterdammers die in Eemnes in de zomermaanden hun buitenhuis hadden, konden zo hun meubilair en overig huisraad gemakkelijk vervoeren. In een advertentie in de 18e eeuw staat nadrukkelijk vermeld, dat het te verhuren buitenhuis in Eemnes (Buiten) gelegen is bij de haven van Eemnes. Waarschijnlijk was dit het huidige restaurant “het Oude Raadhuis”, het vroegere buitenhuis “Bellevue”, later gebruikt als woning van de gemeente-ontvanger en nog later als gemeentehuis.

Er zijn verschillende beurtschippers bekend, zoals Ysbrand Schaap, Hagen, Heek, De Rooij, Van de Kuinder, J. Meijer en W. van IJken (de laatste vanaf 1 april 1877). Dat het schippersvak niet zonder gevaren was lezen we in een krantenbericht van 18 juni 1886: ‘de knecht van de beurtschipper van Amsterdam op Eemnes is overboord geslagen bij het Koninginnedok in Amsterdam en helaas verdronken’.

De advertentie van de firma Van IJken illustreert de ontwikkeling binnen de beurtvaart in de vorige eeuw.

Eerder geplaatst in De Rotonde, jrg. 22, uitgave 2, 24 januari 2025.

Zigeuners op doortocht
Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw was het geen ongebruikelijk straatbeeld; een of meer woonwagens, getrokken door paarden reden door het dorp. Men was vaak op zoek naar een plek om de nacht door te brengen of soms ook langere tijd te verblijven en daar te leven. We hebben het over gezinnen Roma (of Sinti, voorheen ‘zigeuners’ genoemd) met vader, moeder en meestal een aantal kinderen. Trekken zat hen in het bloed; zij leefden een vrij maar ook onzeker leven. Meestal verdienden zij hun geld met slijpen van messen en scharen, het (riet)matten van stoelen en daarnaast andere klusjes.

Roma zijn mensen die in hun verre oorsprong uit India en Iran komen. Europeanen zijn destijds het woord ‘zigeuner’ gaan gebruiken omdat ze geloofden dat de mensen oorspronkelijk uit Egypte kwamen vanwege de donkere gelaatstrekken.
Roma stonden niet altijd goed bekend en daarom waren de bewoners van de dorpen waar zij doorheen trokken vaak argwanend en gebeurde het nogal eens dat er werd gestolen. Of dat terecht is laat ik in het midden, maar feit was wel dat gemeentebesturen er van alles aan deden om – vaak met hulp van de politie – te voorkomen dat Roma hun kamp in hun gemeente zouden opslaan. Meestal gebeurde dat ook niet helemaal op correcte wijze.…

Zo gebeurde het op een mooie dinsdagavond in september 1911, dat (volgens de verslaggever van de krant): “er in Eemnes een wagen zigeuners passeerde, die gaarne hun kwartier in deze gemeente wenschten op te slaan. Zij hadden 4 paarden bij zich. Natuurlijk werden ze gedwongen hun weg te vervolgen, al beweerden ze, dat de paarden te vermoeid waren om verder te gaan. Eene vrouw, die al te lastig was, werd opgeborgen in de wagen. Zij werden nu uitgeleide gedaan tot Laren, maar ook daar was men met hunnen verschijning niet ingenomen. Een der wethouders van Eemnes met politie van Laren vergezelde nu het troepje tot aan de grenzen van Naarden. Daar het thans bijna nacht was geworden, liet men ze daar aan hun lot over”.
Kortom, geen fijne behandeling, die men in deze tijd niet meer zou verwachten. Alhoewel… voor asielzoekers op de vlucht uit hun eigen land en zoekend naar een dak boven het hoofd in Nederland valt het ook niet altijd mee een goede verblijfplaats te vinden.

Eerder geplaatst in De Rotonde, jrg. 22, uitgave 4, 21 februari 2025.

Tracé spoorlijn in 1863.

Spoorlijn door Eemnes
Meer dan 180 jaar geleden werd in Nederland de eerste spoorverbinding aangelegd. Dat was zoals wellicht bekend in 1839, de spoorlijn tussen Amsterdam en Haarlem. Opmerkelijk was wel dat het daarna nog zo’n 30 jaar duurde voordat onze regio, het gebied Gooi en Eemland, door middel van het spoor werd ontsloten. Plannen waren er wel eerder. In 1830 was er al een rapport voor een verbinding vanaf Amsterdam via Amersfoort naar Duitsland. Deze verbinding kwam er echter niet. Pas in 1863 werd er een concessie verleend voor een inmiddels gewijzigd tracé via Hilversum, Baarn, Eemnes richting Bunschoten en Nijkerk. Helaas of, achteraf bezien, gelukkig – vanwege de impact op onze polder – zouden Eemnessers hiervan weinig profijt hebben. De spoorlijn was namelijk geprojecteerd aan de zuidgrens over het grondgebied van de gemeente Baarn ter hoogte (noordelijk) van de Zandheuvelweg en kwam slechts bij Eembrugge (oversteek Eem) een klein stukje over grond van Eemnes. Dit plan heeft het uiteindelijk ook niet gehaald.

Gaandeweg de tijd veranderden de inzichten en dus de eisen waaraan een spoorwegnet moest voldoen. Niet alleen bereikbaarheid maar ook defensiebelangen (belang van militair vervoer, maar ook militaire infrastructuur) werden daarbij pas later zwaar meegewogen. De plannen werden dus ingetrokken. Ondanks latere pogingen in o.a. de jaren ‘70 en ‘80 van de vorige eeuw toen een burgerinitiatief zich sterk maakte voor een (tram)railverbinding door Eemnes en meer recente initiatieven voor een lightrailverbinding in de regio is Eemnes nog altijd verstoken van een spoorverbinding.

Eerder geplaatst in De Rotonde, jrg. 22, uitgave 6, 21 maart 2025. Gecorrigeerd.

Spanning bij bevrijding Eemnes in mei 1945
Op 4 en 5 mei gedenken en vieren we de Bevrijding na een oorlog, waarbij ons land door de Duitsers was bezet. In Eemnes waren die dagen van de Bevrijding toch een paar spannende dagen.
Voorafgaand aan de Bevrijding was er in Eemnes ook al het een en ander gebeurd. ’s Avonds laat op 10 april 1945 vond er een grote wapendropping plaats op een weiland achter de Wakkerendijk. Daarbij verliep niet alles goed en als gevolg daarvan werden twee mensen door de Duitsers gevangen genomen en later doodgeschoten: Dick Buis, verbonden met het verzet en Wies Vlasman, een onschuldige bewoner. In deze periode werd ook de polder onder water gezet.

Op diverse plekken waren Duitse soldaten ingekwartierd en in het huis van toenmalig burgemeester Piet van Ogtrop op Wakkerendijk 7 werd op 15 april de Ortskommandantur gevestigd met 12 Duitsers. De Ortskommandant had de verantwoordelijkheid voor de orde  in de bezette gemeente en had het bevel over de ingekwartierde troepen. Je zou kunnen zeggen dat hij de vervanger van de burgemeester was. De burgemeester zelf kon in die periode van zijn eigen woning alleen één slaapkamer gebruiken als zitkamer en de zolder als slaapplek.

Op 25 april 1945 werd bekendgemaakt dat de mensen alleen nog maar tussen 8.00 en 9.00 uur ’s morgens en tussen 17.00 en 18.00 uur ’s middags op straat mochten komen. Op 3 mei werd deze spertijd versoepeld en mocht men van 8.00 tot 20.00 uur de straat op. Op de avond van 4 mei kwam het bericht dat de Duitsers zouden gaan capituleren. Op vele plaatsen boven de grote rivieren begon men toen al feest te vieren. Maar in Eemnes was het nog even spannend!

Op 5 mei ‘s morgens waren er al verschillende gemeenten in de omtrek bevrijd en waren er in Eemnes op verschillende plaatsen pamfletten aangeplakt en uitgedeeld waarop stond dat ook Eemnes bevrijd was. Probleem was echter dat de Duitsers in onze gemeente nog niet weg waren en nog volop actief waren. Het leek wel alsof zij niet geloofden dat de oorlog voorbij was. Zij waren ook woedend over de pamfletten en wilden degenen die deze had verspreid direct oppakken! Omdat ook op de deur van de RK Kerk aan de Wakkerendijk 60 zo’n pamflet was opgehangen werden de daar aanwezige geestelijken verdacht van verspreiding. Zij werden in een kamer van de pastorie samengebracht en hierover verhoord. Omdat er echter niets belastends was te vinden liep dit gelukkig goed af en werd er niemand gearresteerd.

Geen feesten dus en niemand durfde te vlaggen. Op zondag 6 mei werden er in de middag wel vlaggen uitgehangen, maar feestvreugde was er niet, omdat de Duitsers nog steeds in het dorp waren. De Ortskommandatur zat nog in de burgemeesterswoning en twee Duitse soldaten stonden daar op wacht!

Op maandagmorgen 7 mei werd bekend gemaakt dat ‘de Engelsen’ als bevrijders – in feite Canadezen – in aantocht waren. Iedereen was vol spanning naar hun komst. Er stonden veel mensen langs de weg en tegen de middag kwamen er een hoge tank, motorrijders + auto + vrachtauto aanrijden, om te verkennen! Na de middag kwamen er nog eens vier hoge en vier kleine tanks en enige radio-auto’s in het dorp. Groot feest met de bewoners, mensen van het verzet en de verschillende Canadese en Amerikaanse piloten die hier waren ondergedoken. Ook onze bevrijders vierden mee!
Eindelijk, in de zeer vroege ochtend van 9 mei vertrokken de Duitsers ordelijk uit Eemnes; de hele bezetting van Eemnes van 600 man. De kapitein te paard voorop, daarachter infanterie, fietsers en vele karren. Om 5.45 uur marcheerde alles af richting Baarn. Een heerlijk gezicht! Eemnes was nu echt bevrijd!!

NB: Helaas hebben we van de bevrijding van Eemnes maar weinig foto’s. Heeft u hiervan nog foto’s, dan vernemen wij dat graag!

Eerder geplaatst in De Rotonde, jrg. 22, uitgave 8, 18 april 2025. Marginaal aangepast.

Trouwfoto van Willem Stoutenburg en Geertje Stalenhoef uit 1894.

Eemnes ongezonde gemeente?
Blijkens een in 2023 gehouden onderzoek in de regio rondom Amersfoort ervaren volgens het blad De Gelderlander de bewoners van Eemnes hun gezondheid als het beste van de regio. Dat is mooi en fijn om te weten. Hoe anders was dat meer dan honderd jaar geleden. In dat verband viel mij een artikel op in De Gooi- en Eemlander uit 1893.
Daaruit kan ik het volgende over Eemnes citeren: “Voor de 4e maal in 25 jaar wordt thans een gouden bruiloft gevierd. En dan gaat Eemnes door voor een dorp, welks klimaat zoo ongezond is. Dat zou men niet zeggen als men menschen op een leeftijd, waarop anderen thuis blijven, met kranigen stap des Zondags naar de kerk ziet stappen, terwijl hun woning soms meer dan een half uur daarvan verwijderd is”.

Vier gouden bruiloften in 25 jaar lijkt misschien niet heel veel, maar je moet dat wel zien tegen de achtergrond, dat Eemnes toen slechts 1278 inwoners telde en de gemiddelde levensverwachting landelijk voor mannen slechts rond de 45 jaar en voor vrouwen 48 jaar was! Dat lage cijfer kwam toen voornamelijk door de hoge kindersterfte. Tegenwoordig is dat respectievelijk ongeveer 80 en 83 jaar oud. Een 50-jarig huwelijk was in die tijd dus echt een bijzonderheid!

De laatste tijd zie je met regelmaat berichtjes en foto’s van gouden bruidsparen in Eemnes voorbij komen. Vergeleken met 1893 een veel groter aantal dus. Logisch, Eemnes telt immers veel meer dan toen, nu inmiddels 10.000 inwoners, en de leefomstandigheden en gezondheidszorg zijn in de loop van de tijd aanzienlijk verbeterd. Feit blijft echter dat het in Eemnes voor heel veel mensen prettig toeven is!

Eerder geplaatst in De Rotonde, jrg. 22, uitgave 10, 16 mei 2025.

Tekening van Cornelis Vreedenburgh ‘Noodlanding in Eemnes 1923’.

Op de voorgrond een Junker Dz.34 zoals neergekomen in Eemnes in 1923

Ongeval met postvliegtuig in de polder (deel 2)
In de Rotonde van augustus 2022 deden wij verslag van het neerstorten van een vliegtuig met post in 1923 in de polder. Zoals gemeld waren er toen gelukkig geen slachtoffers te betreuren. De inzittenden, de piloot en een tweetal Amerikaanse passagiers, bleven ongedeerd en konden uiteindelijk hun reis vervolgen. De piloot was destijds vanwege dichte mist en slecht zicht de weg kwijt geraakt en moest noodgedwongen een noodlanding maken. Het betrof een postvliegtuig, een Junckers met registratie Dz.34, dat een vliegdienst onderhield tussen Berlijn-Hamburg-Amsterdam.
Veel inwoners bij de dijk hoorden het vliegtuig laag overkomen en waren verbaasd dat het vliegtuig zo laag bij de grond plotseling uit de mist opdook. De landing werd weliswaar goed uitgevoerd, maar bij het neerkomen kwam het met de voorzijde in een sloot terecht, waardoor het toestel over de kop sloeg en de propeller afbrak. Alleen materiële schade dus, maar een probleem was wel de post die het vliegtuig vervoerde. Die moest snel door naar Amsterdam. Toevallig kwam landbouwer Kuijer uit Blaricum met zijn paardenwagen voorbij en hij was bereid om de post, tezamen met de piloot, te vervoeren en verder te helpen. De Amerikaanse passagiers werden tijdelijk door de landbouwer opgevangen.

Van het ongeval zijn helaas geen foto’s gemaakt maar bij toeval kwamen we onlangs op internet toch een plaatje tegen van het gecrashte vliegtuigje. Het was een tekening van de kunstschilder Cornelis Vreedenburgh. Hij was lid van de Larense School en vertoefde in die tijd ook vaak in Eemnes en met name in de polder. Omdat dit plaatje een aardig beeld geeft van de situatie toen, konden wij het niet laten deze alsnog te tonen.
De dag na het ongeval kwamen vliegtuigmonteurs uit Soesterberg het vliegtuig bekijken. Het bleek echter zo beschadigd te zijn, dat het ter plaatse is gedemonteerd en met vrachtauto’s afgevoerd.

Eerder geplaatst in De Rotonde, jrg. 22, uitgave 13, 24 januari 2025. Marginaal aangepast.

Rouwstoet op de Laarderweg

De laatste wil niet ingewilligd
Een bijzonder en schokkend voorval deed zich voor in 1931. Een overleden inwoner van de gemeente Soest zou begraven worden op de begraafplaats in Blaricum. Kennelijk lagen zijn roots in die gemeente en wilde hij graag in zijn geboortegrond worden begraven. Volgens een artikel in de krant verliep deze laatste rit niet helemaal goed. De begrafenisstoet met koets en stoffelijk overschot, reed vanaf Soestdijk, door Baarn en Eemnes richting Blaricum. Ergens halverwege de Wakkerendijk ging het helemaal mis. De paarden, gespannen voor de lijkwagen, schrokken ergens van en sloegen op hol.

De krant schreef hierover: “Het gevolg was, dat de wagen omsloeg en de kist op de weg terecht kwam. Dit gaf begrijpelijker wijze grote stagnatie. De koetsier had enige schrammen bekomen, maar overigens was er geen persoonlijk letsel. De paarden konden spoedig tot staan worden gebracht”.
Vervolgens werd getracht, omdat de wagen niet meer bruikbaar was, om een andere lijkwagen te krijgen, maar niets was verder beschikbaar, behalve een rouwauto. En zo is de stoet verder gegaan met het stoffelijk overschot in een rouwauto.
Het opmerkelijke van dit voorval is dat de dode die begraven zou worden, in zijn testament duidelijk had bepaald dat hij niet per auto begraven wilde worden. Dus helaas, zijn laatste wil werd niet ingewilligd…!

Eerder geplaatst in De Rotonde, jrg. 22, uitgave 14, 24 januari 2025.

Café van destijds fam. Stalenhoef op Wakkerendijk 160.

Hooi gestolen
Het was tijdens de hooibouw in 1919 op een mooie zomerse dag in juli. Dat was voor een gezelschap van een dertigtal jolige Amsterdamse dames en heren een mooie aanleiding om er in de regio op uit te trekken. Dat deden ze gezellig in een grote paardenwagen, een Janplezier, en kwamen daarbij ook door het landelijk, rustige Eemnes. Helaas werd deze rust door feitelijk iets heel onbenulligs stevig verstoord. Wat gebeurde er? In de krant werd hierover uitgebreid verslag gedaan!
“Toen het gezelschap ter hoogte van het café in Binnendijk – het toenmalige café op Wakkerendijk 160 van de familie Stalenhoef – enige hooiwagens passeerden, ‘diefde’ een van de inzittende dames een handje hooi van de rijke vracht van de Soester boer. De journalist schreef hierover: “Ons boertje stond dit evenwel gansch niet aan. Dat wisje hooi zou hij terug hebben en hij greep naar de dievegge, doch o, schrik… hij pakte juffrouw’s mantel en scheurde haar blouse stuk. Nu was Holland in last. De Amsterdammers, niet verlegen, waren in een wip uit het rijtuig en achtervolgden den boer, die van angst bij het café naar binnen vluchtte. Het geheele gezelschap ging hem achterna.
Een ogenblik later werd de boer triomfantelijk als buit naar buiten gebracht. Men wilde hem als curiositeit meenemen naar de stad. Dat was echter gemakkelijker gezegd dan gedaan. Al spoedig kreeg de boer hulp van zijn Eemnesser collega’s en er ontstond een geweldige kloppartij waaraan tenslotte de gemeenteveldwachter met een proces-verbaal een einde moest maken…”.

Eerder geplaatst in De Rotonde, jrg. 22, uitgave 16, 5 september 2025.

Boerderijbrand aan de Meentweg in 1974.

Van verplichte naar vrijwillige brandweer
De oudste vermelding van Eemnes dateert uit 1269. Toen was onze gemeente niet veel meer dan een moerassig gebied met nog weinig bewoning. In die tijd was er geen brandweer. Toen en in latere tijden was men bij brand aangewezen op hulp van anderen en vaak brandde ook alles af. Een georganiseerde vorm van brandbestrijding was er, zeker op het platteland, niet. Bij brand hielpen bewoners vaak mee en gebruikten vaak leren emmers die met water aan elkaar werden doorgegeven om op het vuur te gooien. Pas in 1614 werd, voor zover bekend, de eerste brandspuit uitgevonden. Daarna volgden anderen met soortgelijke spuiten, maar deze voldeden slecht. Het waren een soort grote injectiespuiten die maar weinig water konden spuiten.

Van Eemnes is bekend dat het in het verleden door oorlogsgeweld verschillende keren grotendeels is platgebrand. Vermeldingen van vóór 1880 over branden in onze gemeente zijn zeldzaam. Wel blijkt dat er 1812 een handspuit aanwezig was en dat in 1837 een ‘Reglement voor de werkwijze van de brandweer’ is vastgesteld. Hierin werd bepaald dat er twee brandspuiten zijn: één bij de kerk van Eemnes-Binnen (Dikke Torentje) en één in de kerk van Eemnes-Buiten (aan de Kerkstraat). Voor alle mannen in de leeftijd van 18 t/m 55 was het VERPLICHT om dienst te doen bij de brandspuit en jaarlijks mee te doen aan een openbare oefening.

Vanwege de beperkte middelen in die tijd werd gebruik gemaakt van paarden, karren en ruim 70 mensen per brandspuit. Het werk was erg fysiek en zwaar werk! De alarmering geschiedde door klokgelui en dit werd in 1935 vervangen door een sirene in het dorp. De plichtbrandweer blijft bestaan tot 1950. Vanaf dat moment hebben we een VRIJWILLIGE brandweer. Brandbestrijding bleef al die jaren voor huidige begrippen ‘primitief’. In de loop der tijd waren er verspreid in de gemeente inmiddels vijf brandposten bij mensen thuis ingericht, met tweewielige karretjes met hulpmiddelen om brand te bestrijden, zoals slangen, een standpijp om op de waterleiding aan te sluiten, spuiten, zeilen enz..

Pas in 1959 werd er een brandweergarage gebouwd – de huidige Oudheidkamer – en in 1960 werd er voor het eerst een brandweerauto aangeschaft; een tweedehands en feitelijk een afdankertje van de gemeente Utrecht. Het was een auto met startproblemen, die vaak moest worden aangeduwd. Veel harder dan 20 km/u ging deze auto niet, zodat deze op de heenweg naar de brand veelal werd ingehaald door ‘kijkers’, die zo eerder bij de brand waren.
In de afgelopen jaren is de brandbestrijding in Eemnes geleidelijk geprofessionaliseerd naar wat het nu is; een brandweerkorps met enthousiaste leden, dat is opgeleid en geoefend voor niet alleen brandbestrijding maar ook voor hulpverlening aan mens en dier in de meest brede zin van het woord!

Eerder geplaatst in De Rotonde, jrg. 22, uitgave 17, 19 september 2025. Marginaal aangevuld.

Theo Stalenhoef op pad als huisvuilinzamelaar.

Huisvuil inzameling
Het inzamelen van afval of vuilnis is tegenwoordig strak geregeld. Inzamelen mag alleen door een gecertificeerde, erkende inzamelaar worden gedaan. Deze inzamelaar dient vervolgens, afhankelijk van het soort afval, een verwerkingsmethode te kiezen waarmee het milieu niet of zo min mogelijk wordt belast. In Eemnes wordt het merendeel van het afval ingezameld door middel van minicontainers, waarbij het afval naar soort wordt gescheiden. Dat was vroeger wel heel anders.

Heel lang, tot het begin van de vorige eeuw, was de hoeveelheid en het soort afval dat door huisgezinnen werd gemaakt onbeduidend vanwege de lage bevolkingsdichtheid. Het afval bestond toen ook nog grotendeels uit biologisch afbreekbaar materiaal en had niet of nauwelijks invloed op het milieu. Ook in Eemnes was afvalverwijdering toen geen issue. Het weinige afval werd door de bewoners zelf gebruikt als bemesting voor de tuin en landerijen, verbrand of begraven. Het was niet ongebruikelijk, dat er continue gaten voor afval werden gegraven en dat als gevolg daarvan erven in de loop van de tijd werden opgehoogd.

Pas begin vorige eeuw is begonnen met huisvuilophalen. In Eemnes was dat als eerste door inwoner Lammert Elders, en dan nog niet eens overal. Zijn zoon Jaap Elders heeft dit toen in 1949 overgenomen. Hij haalde het vuil eenmaal per maand op en stortte dat in een laag deel van zijn land aan de Meentweg en vulde het daarmee op. Vanaf 1958 haalde de vuilniswagen van Laren hier in het dorp het vuil op en het vuil werd inmiddels aangeboden via zogenaamde zinken ‘asemmers’.

In de Heidehoek kwam de vuilniswagen niet en daar werd het vuil opgehaald door Theo Stalenhoef, wonende aan de Goyergracht-Zuid, die in 1958 daarmee zijn vader opvolgde en dat volhield tot 1985. Vanaf april dat jaar is in heel Eemnes overgegaan naar gebruik van containers. In een interview in de krant uit die tijd vertelde Theo dat hij dat eigenlijk best jammer vond, want hij vond het altijd een leuk ritje. “Het was een beetje een uitje; je rijdt tenslotte in een mooie omgeving en het is niet echt zwaar werk te noemen. En Ali, of Bonte, zoals we ons paard noemen, komt onderhand ook op aardige leeftijd. Ze is inmiddels 27 jaar oud en heeft haar pensioen wel verdiend”.

Afvalinzameling heeft in de jaren een grote ontwikkeling doorgemaakt: Van zelf opruimen en verwerken tot nu geselecteerd naar soort afval aanbieden aan de inzamelaars. Een mooi systeem, maar er ligt nog wel een grote uitdaging voor ons allen om de hoeveelheid en met name de milieuonvriendelijke afvalstoffen terug te dringen.

Eerder geplaatst in De Rotonde, jrg. 22, uitgave 19, 17 oktober 2025.

Grenspaal 2 omstreeks 1950 op de hoek van Goyergracht-Zuid (pad) en Laarderweg (foto C.L. Vermandel, collectie HKE).

Grenspaal 2 op zijn nieuwe plek; de rode streep rechts toont de oude plaats (foto Jaap Groeneveld).

Honderdjarige Leeuwenpaal 2 na vijftig jaar terug geplaatst
Bij de overgang van de Laarderweg in Eemnes op de Eemnesserweg in Laren stonden sinds omstreeks 1725 hardstenen grenspalen, de nummers 1 en 2. Zij markeren de inschinkeling (verspringing) in de grens langs deze weg. Vanaf paal 2 tot met paal 6 op de uiterste zuidwesthoek van de gemeente Eemnes loopt de provinciegrens precies gericht op de Domtoren van Utrecht. Het Noordelijke grensvak langs het water Gooiergracht vanaf de ongenummerde Leeuwenpaal, dat al uit de veertiende eeuw dateert, wijkt daarvan af. Vandaar de sprong in de grens. Grenspaal 1, een oorspronkelijke paal staat nog op zijn oorspronkelijke plaats.

Bij de aanleg van de Verlegde Laarderweg omstreeks 1975 stond grenspaal 2 in de weg. Deze moderne versie uit 1925, naar een ontwerp van professor Odé, werd toen zuidwaarts langs de grenslijn verplaatst. Hij is blijven staan op die plaats toen de kruising Gooiergracht (Laren) en (Verlegde) Laarderweg een rotonde werd. De oorspronkelijke plaats lag precies op de kruising van het rondlopende fietspad en de afrit naar de Laarderweg. Geen goede plek voor een grenspaal.

Met de laatste herinrichting van de Verlegde Laarderweg in verband met de aanleg van het HOV-busstation Eemnes ontstond bij de Historische Kring Eemnes het idee om grenspaal 2 beter tot zijn recht te laten komen. Als hij niet op zijn oorspronkelijke plek kan worden geplaatst, dan toch het liefst zo dicht mogelijk daarbij. De wethouder voor de openbare ruimte in Eemnes, René ten Have, voelde hier wel voor. En weg uit de braamstruiken.

Op maandagmiddag 13 oktober heeft aannemer Rijkeboer uit Baarn in opdracht van de gemeente Eemnes, als afronding van het project, de paal verplaatst. Hij staat een meter oostwaarts van de grenslijn af want hij zou anders te dicht bij de rijweg van de rotonde komen te staan.

Eerder geplaatst in De Rotonde, jrg. 22, uitgave 20, 31 oktober 2025.

Een warm welkom in de kerk
Meer dan een eeuw geleden was Eemnes nog klein (ca. 1300 inwoners) en van ‘verwereldlijking’ en van ontkerkelijking was in het geheel nog geen sprake. Geloof en religieuze normen en waarden en dus ook het kerkbezoek waren een belangrijk onderdeel van het leven in Eemnes.

Vooral in de winterperiode met strenge vorst was dat laatste niet altijd een pretje om de kerkdienst in een koude kerk door te brengen. Gelukkig had het kerkbestuur van de Nederlands Hervormde Kerk in 1891 een hartverwarmende oplossing bedacht!

In de krant werd daar het volgende over bericht: “Eene groote en voor zeer velen aangename verbetering is in de kerk tot stand gebracht. Op initiatief van den heer S. Verhoeff, predikant alhier, heeft het kerkbestuur besloten eene kachel in de kerk te doen plaatsen. Eemnes, als aan zee gelegen [de Afsluitdijk was er niet] is een koude plaats en de gemeente ligt ver uit elkander. Menschen, die dus van afgelegen plaatsen ter kerke moeten komen, zijn dikwijls door de kou bevangen, dat zij onmogelijk met vereischte aandacht de godsdienstoefening kunnen bijwonen. Dit is nu geheel anders geworden. In de kerk is eene flinke vulkachel geplaatst, die reeds des zaterdags aangelegd wordt. Wanneer zij nu zondagsmorgen even voor de godsdienstoefening aanvangt, opnieuw wordt gevuld, dan heerscht er in het kerkgebouw eene warmte, die iedere aanwezige aangenaam aandoet. Het ware te wenschen, dat meer kerkbesturen genegen mochten wezen, iets dergelijks tot stand te brengen. Men behelpt zich meestal met stoven, maar deze maken dikwijls de lucht in de kerk zoo onuitstaanbaar, dat sommigen van de godsdienstoefeningen geen gebruik kunnen maken. Onze predikant, die reeds veel nuttigs en goeds  voor zijne gemeentenaren tot stand bracht en steeds met ijver daarvoor bezield is, verdient van allen den dank voor deze doeltreffende en flinke verbetering.”

Andere tijden dus. Toen waren er in Eemnes nog nauwelijks auto’s voor vervoer. De meeste mensen fietsten of liepen gewoon, soms kilometers ver, naar de kerk. En een koude winter hield de mensen toen echt niet tegen.

Eerder geplaatst in De Rotonde, jrg. 22, uitgave 23, 12 december 2025. Marginaal aangepast.