De Historische Kring vertelt … 2018

Klik op een van de onderstaande titels om direct naar het onderwerp te gaan.

De vaste Eemmnesser muziektent, mei 1940.

De Larense muziektent in 1951 in Eemnes.

Een muziektent in Eemnes
In de Gooi- en Eemlander van zaterdag 26 mei 2018 stond een stukje over de Larense muziektent, die eigendom is van de gemeente Laren. Deze muziektent, die uitklapbaar is en is gebouwd op een kar, stond al weer verscheidene jaren ongebruikt en verstoft in een opslag. Gemeentewerkers mogen hem wegens Arbo-regels niet meer opbouwen, aldus de krant. Hij wordt momenteel opgeknapt door vrijwilligers en nog wel in Eemnes, in de winterstalling van Hilhorst’s poffertjeskraam.

De Larense muziektent is vaker in Eemnes geweest. Maar nu eerst een stukje Eemnesser geschiedenis. Ter gelegenheid van de geboorte van prinses Juliana op 30 april 1909 was er sprake van een versierde muziektent. Of dat een muziektent was die voor gelegenheid in elkaar is getimmerd, is niet duidelijk. Op 29 juni 1925 krijgt J. Perier van burgemeester en wethouders van Eemnes toestemming om een muziektent op het marktveld te mogen plaatsen voor de concerten in de zomer. Perier was de herbergier van “De Lindenboom”, maar hij was ook nauw betrokken bij muziekvereniging “De Eendracht”, die in die tijd regelmatig prijzen won. Of dit een vaste muziektent werd of een gelegenheidsmuziektent is ook niet duidelijk, maar uit september 1934 weten we van een verzoek om de muziektent te mogen verplaatsen. Uit mei 1940 – tijdens de vee-evacuatie – kennen we een foto die de Eemnesser muziektent laat zien op het marktveld bij de haven. Deze was rondom open, waardoor het geluid nogal eens richting polder verwoei. Hij is naderhand verdwenen.

Een foto van het feest van “600 Jaar stadsrechten Eemnes” in 1951 (dat had overigens in 1952 moeten zijn) toont ons de naoorlogse muziekvereniging “Eemnes” vóór een muziektent met drie van de zes zijden gesloten om het geluid te weerkaatsen naar het publiek. Het is die van Laren en hij staat op het marktveld; zie dezelfde constructie van de elektriciteitsmast bij de haven. We weten uit een oud kasboekje van het Oranjecomité dat deze hem ook in 1956 en 1957 huurde van de gemeente Laren. Misschien is het een idee om volgend jaar de Larense muziektent weer eens te gebruiken, in de Feestweek?

Eerder geplaatst in De Rotonde uitgave 12, 8 juni 2018. Marginaal aangepast.

Plaat van gasfles: particuliere collectie, België.

Tussen de Laarderweg en Torenzicht stond de EMREC

Omstreeks 1954 vestigde zich een tweede industrie in Eemnes, nu aan de Laarderweg, achter het huidige blok met drie woningen met de nummers 35A, 35B en 37. Daar stond sinds 1950 een timmerfabriek, die inmiddels weer was verlaten. De eerste industrie was de Ocrietfabriek. Nu was het van wat bescheidener schaal, de emailleerfabriek EMREC met een tiental werknemers. Deze maakte vooral reclameborden die aan de muur werden geschroefd.

In het verleden werden veel gietijzeren of plaatstalen producten geëmailleerd om ze tegen oxidatie te beschermen, ook baden, pannen, keukenbestek, vergieten, emmers en, niet te vergeten, de nachtspiegels. Het is een soort glazuur die we ook van aardewerk kennen. Een vloeibare emulsie van het email wordt op de producten rondom aangebracht. Het zo voorziene product gaat daarna in een oven om de vaste stof in de emulsie te laten versmelten en hechten aan het metaal. Zo beschermt het oxidatiegevoelig metaal tegen roestvorming. Het heeft als nadeel dat het door stoten af kan schilferen of scheuren kan vertonen. Daarom mogen geëmailleerde producten niet meer in de voedselbereiding worden gebruikt. Die schilfers kunnen inwendige verwondingen veroorzaken. De reclameborden werden met enkele verschillende kleuren voorzien, vermoedelijk door middel van zeefdruk. We kregen verleden jaar een mooie afbeelding van een bord dat werd gebruikt voor reclame voor een flessengasleverancier in België. Op internet komt men nog wel andere borden tegen van EMREC.

Het bedrijf stopte omstreeks 1969 zijn activiteiten. De fabriek heeft er een aantal jaren als bouwval gestaan, totdat men ca. 1979 het winkelcentrum Torenzicht bouwde, dat inmiddels plaats heeft gemaakt voor een rij woningen, Torenzicht 76-78.

Omdat de fabriek email gebruikte, waarin zware metalen waren verwerkt, was de sloot – de Vils – achter de huizen zwaar vervuild. Spoelwater met resten van de grondstof werden gewoon in de sloot geloosd, zoals dat vroeger overal gewoon gebeurde. De sanering daarvan vond plaats in 1988-1989.

Eerder geplaatst in De Rotonde uitgave 10, 11 mei 2018. Marginaal aangevuld.

Foto: Vincent van Vulpen en Gijs van Ommen

Grenspaal 7 komt weer op zijn oude plek
Alom bekend in onze omgeving zijn de grenspalen langs de provinciegrens van Noord-Holland en Utrecht. De eerste stenen palen dateren van omstreeks 1730. Langs de daarmee samenlopende gemeentegrens van Eemnes staan er acht, dat wil zeggen de ongenummerde Leeuwenpaal op de noordwesthoek van de gemeente, bij de Blaricumse Bijvank. De nummers 1 t/m 7 staan langs de gemeentegrens met Laren. Dat was daar nodig omdat daar in de heide anders een goede markering moeilijk te handhaven was, zoals dat bij Blaricum met een ordentelijke, brede sloot wel lukte.

Door wegverbredingen staan een aantal palen niet meer op hun oorspronkelijke plek, zoals nummer 2 bij de rotonde op de grens met Laren. Toen de rijksweg A27 werd aangelegd stond paal nummer 7 in de weg. Deze staat vlak bij paal 6. Zij markeren samen de zijwaartse sprong – inschinkeling – in de provinciegrens (net als paal 1 en 2 aan de Laarderweg). Paal 6 staat in de tuin van voormalig theehuis “de Heidebloem”. Deze markeert de uiterste zuidwesthoek van de gemeente Eemnes. Paal 7 markeert de driegemeentengrens van Baarn, Eemnes en Laren. Destijds in 1976 had men grenspaal 7 gewoon in de vrij brede middenberm tussen de vangrails kunnen zetten. Hij werd echter achter de vangrail gezet aan de Baarnse zijde van de weg.

Met de nu gaande verbreding was hij ineens verdwenen. Bij navraag bleek hij op een werf van het project in Bilthoven te liggen. HKE heeft voorgesteld om de paal nu alsnog tussen de vangrails te zetten, zo dicht mogelijk bij het driegemeentenpunt. Dat verzoek is uitgewerkt door het projectbureau 3Angle, dat werkt voor Rijkswaterstaat. Enige tijd geleden kregen we de plaatsingstekening, die laat zien waar precies hij komt te staan. Het driegemeentenpunt ligt precies in een vangrail van de middenberm, zodat hij meer naar het midden komt. Over niet al te lange tijd zal hij er staan en het voortrazende verkeer herinneren aan deze oude grens.

De paal is van het ontwerp van dat prof. A.W.M. Odé in 1925 maakte om beschadigde palen te vervangen. Ze hebben de tegenwoordige provinciewapens, die horen te staan aan de zijde van de betreffende provincie. Zie het voorbeeld van paal 13 hierbij met het wapen van Utrecht.

Eerder geplaatst in De Rotonde uitgave 6, 16 maart 2018.

Update 28-10-2018: Op zaterdag 27 oktober 2018 heeft de aannemer de paal 7 geplaatst op de beoogde plaats (zie kaartje) tussen de vangrails in de middenberm. Omdat hij door een misverstandje met de wapens aan de verkeerde kant stond, heeft de aannemer in de nacht van zaterdag op zondag de paal nog 180 graden gedraaid. Wij zijn zeer erkentelijk voor de goede samenwerking met 3Angle. Foto van het nachtwerk. Het wapen van Noord-Holland wijst nu naar Hilversum (Larens gebied), die van Utrecht naar Eemnes (niet zichtbaar).

 

Een trein in Eemnes
Eemnes lag zo’n honderd jaar geleden op het ‘wantij’ van de verkeersstromen over de weg tussen Amersfoort en Amsterdam. De Rijksstraatweg voerde sinds 1816 langs wat nu Laarderweg en Wakkerendijk heet. Eemnes-Binnen was op Baarn gericht en Baarn en Soest op Amersfoort. Hoe verder je richting Amersfoort ging hoe drukker het werd. Eemnes-Buiten was meer op het Gooi gericht en dat weer op Amsterdam. En hoe verder je naar Amsterdam ging, hoe drukker het werd. In Eemnes-Buiten was het luw, zo bleek uit een verkeerstelling eind jaren 1920; een uithoek aan de straatweg.

Baarn had twee spoorwegstations, het grote van het Oosterspoor dat we nu nog kennen en die van het lokaaltje naar Utrecht. Laren had zelfs een halte aan het Oosterspoor bij de overweg in het bos bij Drakenburg – wel een eind lopen – en had samen met Blaricum de Gooische Stoomtram. Bij gunstige wind kon je de treinen horen, maar verder geen spoor van een trein of tram in Eemnes.

In 1910 was er een plan om de straatweg te verbreden en er dan de Gooische Stoomtram van Laren via Eemnes naar Baarn in door te trekken. Het plan strandde omdat Eemnes alleen wilde betalen als het was gerealiseerd. Met de wetenschap van nu zouden we toen hebben kunnen voorspellen dat het een fiasco zou worden. Vooruitziend bestuur in Eemnes, ook toen al.

Niettemin heeft Eemnes toch zijn trein gekregen. Wat wilde het geval? Bij de ruilverkaveling van 1939 werden meer wegen in de polder aangelegd. Voor de fundering werd het zand gebruikt van de zeedijk, ook wel de Hoge Weg genoemd. Zie ook ons vorige stukje. De aannemer legde zogenaamd ‘veldspoor’ aan uit een groot formaat bouwpakket, met wissels en zo erbij, van de dijk naar de polder, en al naar gelang het werk vorderde. Een locomotiefje reed een sleep kiepkarren heen en weer, terwijl een ploeg arbeiders met de schep lege karren vulde. Toen het zand van dijk niet genoeg was, is er een lijntje naar Laren gelegd, waar nog genoeg was te halen. Hierbij een foto, die Wim Westerhuis omstreeks 1941 maakte, met zo’n treintje op één van de nieuwe wegen in de polder.

Misschien is het nu tijd om te gaan praten over de sneltram, nu de HOV-hobbel is genomen, en er al ruim 80 jaar geen rails meer liggen in Eemnes (behalve dan op zolders).

Eerder geplaatst De Rotonde uitgave 4, 16 februari 2018.

Zandhopen op de Wakkerendijk
De Historische Kring Eemnes kreeg enige tijd geleden een fotoverzameling uit de nalatenschap van Wim  Westerhuis, die heel veel van het dorp heeft gefotografeerd. Hij was schoenmaker en hij woonde eerst in het huis Wakkerendijk 8-10, dat omstreeks 1961 werd afgebroken. Wim was al naar het woonhuis van het RK Verenigingsgebouw verhuisd. Daar zette hij zijn schoenmakerij voort en hij en zijn vrouw waren toen ook de beheerders van het gebouw.

In de verzameling foto’s waren ook een aantal foto’s uit 1933 met merkwaardige zandhopen op de Wakkerendijk, zoals deze hiernaast. Elektriciteitspalen staan op een hoop zand zoals hier voor Wakkerendijk 15. Wat stelt het voor? Welnu, hier zien we de resten van de zeedijk – vreemd genoeg vroeger ook genoemd Hoge Weg – die bovenop de huidige dijk lag. Hij liep dus voor de huizen aan de oostkant langs, die bij zeer hoog water in het water stonden. Om de erven van die huizen en de haven te kunnen bereiken waren in de dorpskom mennegaten met gemetselde zijmuren waarin bij dreigend hoog water in twee rijen gleuven schotbalken konden worden geschoven. Buiten de bebouwde kom waren er aarden mennegaten of doorgravingen die al aan het begin van de herfst weer gedicht moesten zijn. In 1916 stond het water bijna tot aan de kruin van deze dijk, wat tot twee doorbraken leidde aan de Meentweg.

Op bijgaande foto zien we een fase in het proces van ontmanteling van de zeedijk. Dat kon nadat in 1932 de Afsluitdijk klaar was. De zeedijk in de dorpskom is daarna al snel afgegraven, want het was een obstakel. Er stonden elektriciteitspalen op, die eerst nog verplaatst moesten worden naar een lagere, afgegraven plek. Daarom staan ze nog in een stuk van de dijk om steun te vinden tegen omvallen. Een uitzondering werd gemaakt voor de immense en oude Lindeboom. Die zien we in de verte. Hij sneuvelde pas in 1949 met de laatste rest dijk eronder. Buiten het dorp is de zeedijk gebruikt voor de aanleg van de wegen in de polder tijdens de ruilverkaveling vanaf 1939.

Eerder geplaatst in De Rotonde uitgave 2, 19 januari 2018. Marginaal aangepast.

Sluit Menu