DE HISTORISCHE KRING EEMNES VERTELT … (2017)


Zittend (v.l.n.r.): Joyce Perdon (7000, okt. 1982), Arisje Remerij-Baatje (2000, juni 1938). Staand: Diede van der Velden (9000, dec. 2016), Wim Bunt (3000, juli 1965), Sander Holl (5000, dec. 1973), Matthijs Hoofd (8000, dec. 1993), wethouder Sven Lankreijer. Vooraan de paaseieren voor Lorenz de Knegt (4000, juni 1972) en Laurens van Hamersveld (6000, dec. 1975). (Foto Bart Nouwens).

Historische Kring bracht “1000e Eemnessers” bijeen

Donderdagavond 30 maart 2017 had de Historische Kring Eemnes (HKE) een bijzondere bijeenkomst in De Hilt. De verhuizing van Diede van der Velden met haar moeder en zus maakte haar op 27 december 2016 de 9000e inwoner. Een mooie gelegenheid om eens naar haar voorgangers te kijken. Allen behalve de 1000e, die geheel onbekend is en ver voor 1800 leefde, bleken ze bekend in de gedigitaliseerde leggers van de Laarder Courant “De Bel”. Na wat speurwerk zijn ze getraceerd en uitgenodigd. Van de acht zouden er zeven komen, maar plotseling bleek helaas een tweede verhinderd.

Henk van Hees presenteerde een historische terugblik op de groei van Eemnes aan de hand van de krantenberichten, kaartjes van de dorpskern en hoogtepunten in het betreffende jaar van de duizendtallen. Hij vroeg de gasten af en toe wat herinneringen. Er is veel traditie gemoeid met het bereiken van een duizendtal. Allen behalve Diede maakten het getal rond door geboorte en de borelingen kregen een spaarbankboekje; Arisje van burgemeester Van Ogtrop persoonlijk (ƒ10), Matthijs Hoofd van de Rabobank (ƒ100) en de overigen van het gemeentebestuur. Matthijs kreeg van het gemeentebestuur een bijtring met zilveren bel met inscriptie, die hij ter plekke toonde. De borelingen werden ook met iets tastbaars verwelkomt door de middenstandsvereniging(en).

Burgemeester de Bekker (1965-1976) had de eer als burgervader van zijn rap groeiende gemeente vier van de acht nieuwkomers te verwelkomen (1965-1975). Sander Holl had een bijzonder welkom. Omdat zijn vader tamboer maître was van In Aethere Musica kwam een delegatie van dit muziekkorps van weleer, waarvan De Bekker de grondlegger was, de kraamvisite opluisteren.

De drie vrouwen blijken iets met ‘buiten Eemnes’ te hebben: Arisje vond het te koud en verhuisde naar Baarn; ‘het scheelde wel een jas in de winter’. Joyce werd in Laren geboren en verhuisde later naar Utrecht maar komt nog graag en vaak in Eemnes. De mannen blijken vooral trouw aan Eemnes: alleen Laurens van Hamersveld is lang geleden met zijn ouders naar elders vertrokken. Alle aanwezigen hebben goede (jeugd)herinneringen aan Eemnes.

Tot slot van de happening bood wethouder Sven Lankreijer namens de Gemeente Eemnes alle ‘duizendste Eemnessers’ een omvangrijk chocolade paasei en twee boekjes over Eemnes aan. Ze krijgen van HKE bijgaande foto en de gebundelde presentatie van de avond.


De 8000e inwoner van Eemnes verwelkomd door burgemeester mevrouw Snoeck-Schuller (Laarder Courant "De Bel").


Bijtring met belletje - met inscriptie - die boreling cadeau kreeg van de Gemeente Eemnes (foto Bart Nouwens).

De groeistuipen van Eemnes

De 9000ste inwoner van Eemnes sinds eind 2016, meer precies inwoonster Diede van der Velden, is een mooie aanleiding wat herinneringen op te halen; met dank aan de gedigitaliseerde Larense Courant “De Bel”.

Het eerste betrouwbare cijfer is van 1795: 1204 inwoners. In de 19de eeuw groeide Eemnes nauwelijks. In de Franse Tijd was het dieptepunt 1148 in 1811. Na een inhaalslag met 1342 in 1822 was er een piek in 1850 met 1450. Toen de nationale economie daarna aantrok daalde de bevolking via 1300 in 1865 tot het tweede dieptepunt van 1238 in 1892.

Vooral vanaf 1900 zou het inwonertal alleen maar stijgen. De fiets maakte wonen in Eemnes en werken in het Gooi aantrekkelijk. Aan de Laarderweg werd gebouwd. In 1920 werden er 1438 inwoners geteld. De Nieuweweg en de Streefoordlaan ontstonden. Op 16 juni 1938 werd Arisje Baatje als 2000ste inwoner verwelkomd met een spaarbankboekje van f10,- van het gemeentebestuur. Kleine uitbreidingsplannen aan de Veldweg en de omgevingen van Torenzicht en De Waag maakten de groei naar 3000 mogelijk. Die eer had Willem Bunt op 25 juli 1965 met f30,- op de spaarbank. De nu ‘oude Zuidbuurt’ werd afgerond met Ploeglaan en Klaproos en de Noordbuurt volgde. Toen ging het hard: Lorenz de Knegt op 19 juni 1972 (4000), Sander Holl op 15 december 1973 (5000) en Laurens van Hamersveld met kerst 1975 (6000). Zij werden oudergewoonte ook nieuwe leden van de spaarbank.

In 1959 vond het Gooi dat Eemnes wel plaats kon bieden aan 7000 tot 16.000 inwoners. De provincie Utrecht streefde in 1967 naar 15.000 en de Structuurnota Eemnes volgde dat. Met name Dorpsbelang zette de hakken in het zand, maar ook anderen zoals de Werkgroep “Toekomst Eemnes”. Het beleid werd bijgesteld, maar onderwijl vond de regering in 1978 gemeenten met minder dan 10.000 inwoners niet levensvatbaar.

In oktober 1982 sloot burgemeester Fien de Leeuw-Mertens als 7000ste Joyce Perdon in de armen. Haar opvolgster Snoeck-Schuller moest eind december 1993 de 8000ste  even vasthouden: Matthijs Hoofd, die een zilveren rammelaar kreeg. Het CDA vond het toen noodzakelijk dat Eemnes ‘in het dorpsbelang’ groeide tot 9000 inwoners in 2005. In 2000 pleitte de VVD voor een winkelcentrum voor 10.000 inwoners, met mogelijkheden tot 13.000. We weten nu hoe het liep met de 9000ste, 23 jaar na de 8000ste. Wat zal het worden? Over 10 of over 40 jaar de 10.000ste,, of niet meer?

Verscheen eerder in De Rotonde, jrg. 14, uitgave 6, 17 maart 2017. 


Hele tekst van de akte (foto J. Groeneveld, coll. Het Utrechts Archief).


Koptekst uit 1339: 'Ite de bonem emnesse', 'Betreffende het goed te Eemnes'.


Fragment uit rechter bovenhoek; 'themenesse' op tweede regel.

Eemnes in 1269 bekend als ‘themenesse’

HKE werd er onlangs op geattendeerd dat het in 2019 750 jaar geleden zal zijn dat Eemnes voor het eerst werd genoemd, weliswaar als ‘themenesse’. HKE heeft inmiddels hierover het gemeentebestuur geïnformeerd en contact opgenomen met de Stichting Feestcomité Eemnes. De vraag is nog open of daar iets mee gedaan gaat worden en wat dan. Het staat in de week, om zo te zeggen.
Het is een mooie gelegenheid om wat achtergrondinformatie hierover te geven. Mevrouw A. Johanna Maris schreef in haar boek ‘Eemnes – Rechtskundige ontwikkeling van Gemeente en Waterschap’ hier in 1947 al over. De plaatsaanduiding komt voor in een oorkonde die is opgesteld door de deken en het kapittel van de St. Janskerk in Utrecht. Zij gaven hun goederen in ‘themenesse’ in pacht voor 20 schellingen per jaar. De oorspronkelijke acte is overgeschreven in een akteboek uit omstreeks 1339.
De schrijfwijze ‘themenesse’ moet gelezen worden als ’t Hemenesse’, waarbij de H in de loop van de tijd is vervallen en het Emenesse of Emnesse werd. De rode kop van de kopie schrijft namelijk omstreeks 1339 ‘emnesse’, maar later komt men de H ook nog wel tegen. Een oudere naam voor de Eem is bijvoorbeeld ook Hemus. Emenesse of Eemnes betekent niets anders dan ‘nes aan de Eem’. Een nes is een landtong in zee of in een binnenbocht van een rivier en het is een alom bekende geografische aanduiding in heel Noordwest-Europa (nez, ness, näs). Verwantschap met neus ligt voor de hand. In de binnenbocht van de Eem, waar nu Eembrugge ligt, herkennen we zo'n 'nes'.
In 1269 zal er alleen sprake zijn geweest van een aanduiding van een gebied met landerijen, misschien met wat gespreide bewoning, maar dat is allerminst zeker. Waar de aangeduide landerijen precies lagen is niet bekend, maar vermoedelijk ergens in deze 'nes aan de Eem' of daarbij in de buurt. In Ter Eem (Eembrugge) stond al in 1254 een kerkje, overigens aan de Bunschoter zijde, op de plek waar later het kasteel Huis ter Eem werd gebouwd. Eemnes-Buiten kreeg in 1352 als Emenesse stadsrechten, Eemnes-Binnen pas in 1439 als Binnendijck en als afscheiding van Ter Eem dat nu als Eembrugge in de gemeente Baarn ligt.

Verscheen eerder in De Rotonde, jrg. 14, uitgave 5, 3 maart 2017. Na verbeterd inzicht aangepast 2-9-2017.

Rond de kaaspers

In het vorige stukje van deze rubriek hadden we het over de wipkarn, die te maken heeft met boter maken. HKE bezit ook een fraaie kaarspers, die van de familie Kuijer komt. De kaaspers en de wipkarn zijn de grootste voorwerpen in de collectie.
De overgebleven rauwe melk, na het afromen voor de boter, werd gebruikt om kaas van te maken. Werd er minder afgeroomd, dan werd de kaas romiger. Ook hier was de boerin of eventueel een dochter verantwoordelijk voor de bereiding.
De melk wordt eerst tot 29 graden Celsius verwarmd, waarna zuursel wordt toegevoegd. Daarna wordt stremsel toegevoegd en erdoor geroerd. Stremsel is een complex van enzymen dat de melk omzet in kaas. Het werd in het verleden doorgaans gemaakt van de lebmaag van nuchtere kalveren, de overtollige stierkalfjes. Elk zoogdier heeft overigens in de maag het daarin aanwezige enzym. Tegenwoordig wordt op andere wijze stremsel gemaakt.
Na ongeveer een half uur is de melk ‘gestremd’, een klonterige massa. Deze wordt dan met een raam met messen gesneden in brokken ter grote van dobbelstenen, zodat de wei vrijkomt. Wei is een geelgroenige, zurige vloeistof die nog veel nuttige stoffen bevat en daarom aan de kalveren werd gevoerd.
Een deel van de wei wordt eerst afgetapt of afgeschept, waarna twee keer warm water wordt toegevoegd en de temperatuur in twee stappen verhoogd naar 36 graden. Na een half uur roeren en nog een kwartier rust is de wrongel voldoende gerijpt. De resterende wei wordt afgetapt en de wrongel wordt in een kaasdoek in de gewenste kaasvorm gedaan en aangedrukt.
Onder de kaaspers, waar een paar kaasvormen op elkaar gestapeld kunnen worden, wordt de laatste wei eruit gedrukt en ontstaat gedurende een half etmaal de nog slappe maar vaste kaas. Deze wordt dan een aantal dagen in een pekelbad gelegd. Daarna wordt de kaas voorzien van een beschermlaag en gedurende een week dagelijks op de plank in de stelling gekeerd. Afhankelijk van de tijdsduur van het liggen daarna, en daarbij regelmatig keren, krijg je jonge, jong belegen, belegen of oude kaas.
De laatste zelfkazende boer in Eemnes was de familie Zeldenrijk op Wakkerendijk 104, tot omstreeks 1990.

Verscheen eerder in De Rotonde, jrg. 14, uitgave 2, 20 januari 2017.